LR.100.3

CAPRA

CENTRAAL  ADVIESBUREAU VOOR  PUBLIEK  RECHT EN  ADMINISTRATIE B.V.
Mr. L. H. H. van Eijck - Mr. J. M. M. B. Maes - Mw. Mr. R. C. M. Reinarz


Aan de heer J.A.M. van Hensbergen
Directeur van de Stichting
Raad voor Jeugdbeleid Noord-Holland
Postbus 3022
2001 DA HAARLEM

 


Postbus 85532
2508 CE 's-Gravenhage, 20 maart 1990


Geachte heer Van Hensbergen,

Ingevolge uw verzoek d.d. 13 maart 1990 heb ik het concept-"liquidatieregister" voor de Raad voor Jeugdbeleid vanuit juridische optiek bezien.
Dit brengt mij tot de volgende opmerkingen:

ad LR.11.1

Het door u genoemde artikel 301, lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is op de ontbinding van de stichting niet van toepassing. Genoemd artikel ziet namelijk op ontbinding van een stichting door een beschikking van de rechtbank. De Stichting Raad voor Jeugdbeleid Noord-Holland zal bij besluit van de Raad zelf worden ontbonden, conform het bepaalde in artikel 18 van de statuten.
De juridische grondslag voor de ontbinding is daarmee gelegen in artikel 300, lid 1 onder a van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: "Een stichting wordt ontbonden in de gevallen in de statuten bepaald."

ad LR.412

De artikelen 2.2.1 en 2.2.5 van het Sociaal Plan Raden / Instellingen zijn onderling tegenstrijdig.
Artikel 2.2.5 bepaalt dat de werkgever een "inspanningsverplichting" heeft om een belanghebbende aan een gelijksoortige of eventueel passende functie te helpen. Dat wil zeggen dat zijn inspanning niet met resultaat behoeft te worden bekroond; als het onverhoopt niet lukt een functie voor een belanghebbende te vinden kan deze derhalve boven de formatie worden geplaatst en na afloop van de werkingsduur van het Sociaal Plan worden ontslagen.

Artikel 2.2.1 geeft de werknemer wiens functie komt te vervallen aanspraak op een passende, of in overleg op een geschikte functie.
"Aanspraak" wil zeggen, dat de werknemer niet alleen recht heeft op een inspanning van de werkgever, maar ook op bekroning daarvan met een positief resultaat.
Ontslag is derhalve niet aan de orde, tenzij na afloop van de werkingsduur van het Sociaal Plan de aangeboden functie alsnog komt te vervallen (en daarvoor geen Sociaal Plan wordt opgemaakt).


Ik geef u in overweging om, als dit nog mogelijk is, één van beide artikelen te doen aanpassen, waardoor beide artikelen op elkaar aansluiten. De keuze van het aan te passen artikel is uiteraard afhankelijk van de strekking van het Sociaal Plan; wil de werkgever alle belanghebbenden een andere functie garanderen of niet.
Voor het overige geeft het liquidatieregister mij geen aanleiding tot opmerkingen.
In het vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest verblijf ik met de meeste hoogachting,
 



w.g.:

mr. P.J. Schaap