LR. 521. 10


Verslag AMBTELIJK OVERLEG

donderdag 3 mei 1990

aanwezig:

Hugo Ides (CBD-POI: Bureau Avw),
Rein Kruk (WEB-C&E: Bureau ScW)
Jan van Hensbergen (RJB).

Agenda:

ē Probleemstellingen (LR.521-6)
ē Voornemen tot ontbinding (LR.32.1)


- Probleemstellingen voor ambtelijk overleg

De onderwerpen zijn op 25 maart tijdens een overleg met de heer Kruk globaal besproken.
Na intern overleg zou hij er op terugkomen, hetgeen nu aan de orde is.


1.  Liquidatie-register

De opzet van het LR is reeds aan de orde geweest in vorige overleggen. De heer kruk vraagt zich af, of de Raad ook met met enige spoed zijn liquidatie aanpakt. De heer van Hensbergen antwoordt, dat het conform bestuurlijke afspraken de bedoeling is, de liquidatie met de nodige voortvarendheid aan te pakken en niet te wachten tot 31 december 1990. Het meest moeilijke punt zal de herplaatsing van het personeel zijn, daarna is de zaak snel af te ronden.
Volgens mededeling van de heer Ides zal een liquidatieplan instemming van het Tripartite-overleg behoeven.

><><>O<><><


2.  Geen subsidie per 1991.01.01

betekent, dat de stichting na 31 december 1990 geen verantwoordelijkheden meer kan dragen.
Het ligt in de lijn der verwachting, dat GS deze geheel overnemen. (zie Sociaal Plan: Art. 2.2.4):

"...In dit (liquidatie-)plan dient ten minste te worden opgenomen:
de huidige situatie (functies & formatieplaatsen), de toekomstige situatie, de overname van verantwoordelijkheden bij reorganisatie door in de plaats tredende besturen, c.q. door GS bij liquidatie van een organisatie en de wensen van werknemers voor om-, her- of bijscholing.")
Dit kan voor wat betreft "de overname .... door GS.." op diverse manieren worden uitgewerkt, c.q. geÔnterpreteerd.

Drie opties doen zich voor, t.w.:

  1. De Stichting i.l. bepaalt op 31 december 1990 of zoveel eerder als wordt overeengekomen het "batig saldo" aan mensen en middelen en draagt dit geheel over aan GS, die personeel en middelen accepteren en alle verantwoordelijkheden overnemen.
     
  2. De Stichting i.l. blijft bestaan t/m de dag dat aan de laatste verplichting is voldaan. Dit kan na 1990 alleen nog betrekking hebben op boventalligen of wachtgelders.
    GS betalen alle kosten die daaruit voortvloeien aan de Stichting, die definitief ophoudt als alles gepasseerd is.
     
  3. De Stichting i.l. ontbindt/liquideert zoveel als mogelijk is, zodat ultimo 1990 eventueel alleen nog personeel in dienst kan zijn. GS wijzen in dat geval in overleg met het bestuur een bewind¨voerder aan, die de bestuurlijke verantwoordelijkheden overneemt. Dit zou een gedeputeerde, een ambtenaar of een ander kunnen zijn.


Optie 3 kwam de heren Ides & Kruk als meest reŽel naar voren.
Wat hen betreft moet optie 1 als onwezenlijk c.q. onhaalbaar worden gezien, daar naar hun zeggen GS geen personeel een aanstelling zullen geven zonder functie.

><><>O<><><

3.  Boventallig personeel:

Per 1 januari 1991 wordt het personeel dat nog niet is doorgestroomd voor maximaal twee jaar (tot 1 januari 1993) boventallig.
Wie wordt de werkgever van het boventallig personeel?

De Stichting i.l. blijft werkgeefster (in Optie 2 & 3).
Het komt de heren Ides en Kruk niet zinvol voor, boventallig personeel een stoel binnen de Algemene Dienst aan te bieden, als er geen werk is.
De heer van Hensbergen attendeert op het overleg dat met enkele PZ-hoofden is gevoerd en waaruit bleek, dat er op diverse plaatsen veel werkdruk bestaat.
Daar staat vaak echter ook veel boventalligheid tegenover.
Het is zeer wel mogelijk, dat boventalligen een 1990-overschrijdend project voortzetten vanuit hun thuissituatie of op locatie (b.v. bij de betreffende gemeente/regio/instelling). In dat geval zijn alleen de salaris-/wachtgeldlasten voor de provincie. Ook kunnen geen verplichtingen worden aangegaan, die het Intern Herplaatsingbeleid blokkeren.

><><>O<><><

4.  Interne Herplaatsing:

Uit contact met A.Vogel bleek dat ook het aanbieden voor detachering van het personeel met een mogelijkheid voor aanstelling boven formatie per 1993.01.01 een optie is.

Ingevolge Artikel 2.2.3 zullen alle bij het Sociaal Plan betrokken partijen omstreeks juni 1992 overleggen met betrekking tot de "resterende belanghebbenden". Alsdan kan bekeken worden, of bovenformatie-plaatsing een reŽle mogelijkheid is.

><><>O<><><



5.  Studiefaciliteiten:

Het belang van de dienst is conform het Sociaal Plan ook de mobiliteitsversterking van het personeel.
Het DB wil per medewerkende 2.000 gulden uit eigen middelen afzonderen voor bijscholing.

Voor de mobiliteitsversterking kunnen vanuit wensen van het personeel genoemde middelen worden aangewend. Voor duurdere bijscholing is de wens vanuit de plaatsende Dienst doorslaggevend.

><><>O<><><

6.  Externe herplaatsing:

Is detachering buiten het Nh. welzijnsveld ook mogelijk?
Wanneer kan over outplacement worden nagedacht? (SP: 4.12)

Detachering buiten Provincale Diensten of Noordhollands welzijnsveld kan worden voorgesteld.
Over outplacement kan rond de zomer van 1992 worden nagedacht, mits er reŽle verwachtingen zijn dat er een baan voorhanden is.

><><>O<><><


7.  "bewaarder der stukkenĒ

Is deze persoon na ontbinding ook verantwoordelijk voor "resterende verplichtingen" ten aanzien van bijvoorbeeld wachtgeld?
 

Conform optie C blijft de bewindvoerder aansprakelijk en is de bewindvoerder tevens "bewaarder" danwel wijst een "bewaarder" aan.

><><>O<><><

8.  Dient het personeel ontslag aangezegd te worden vůůr de afloop van 1990 ?

Neen, in opties 2 en 3; optie 1 is ambtelijk gezien niet reŽel.
Het personeel voor wie nog geen baan gevonden is, blijft in dienst van de Stichting i.l.

><><>O<><><

9.  Is het verstandig/noodzakelijk om van de voorgenomen ontbinding een openbare kennisgeving (in twee dagbladen) te annonceren ?

Komt als "niet nodig" voor.
Er blijft een aanspreekbare bewindvoerder in optie 2 & 3.

-  Voornemen tot ontbinding
De instemming van GS betreffende het voornemen tot ontbinding is onderweg, zodat de Raad zijn definitieve besluit kan voorbereiden.

><><>O<><><

><><>O<><><



-  Nadere afspraken:

 

Rein Kruk
Hugo Ides
Jan van Hensbergen