vorige pagina - terug naar index - verder lezen
1985, Van Swietenstraat 129, Den Haag.

We dansen elke dag in Rotterdam en overwegen nog voor de auditie ook hier naartoe te verhuizen. In de kantine van de dansacademie staat ineens een lange slungel voor m’n neus. “Ken je me niet meer?” Het is Job Cornelissen uit de Poelpolder in Lisse. Ik heb zijn zus Hanneke nog een bloedneus geslagen op basisschool de Klarinet. Hun beider moeder was dat jaar ook onze klassenmoeder. Wat die rol precies inhield weet ik niet meer goed, maar het bracht ons, de klas, wel een keertje bij hen thuis. Job zelf was in die tijd ook geen lieverdje en hij verontschuldigt zich naar mij toe voor zijn pestgedrag van toen. Wat was hij toentertijd onder de indruk van mijn keuze voor ballet na de Lagere School, vertelde die me. Dat vond hij zo stoer, dat ik gewoon voor “dans” durfde te kiezen. Dat wilde hij toen ook wel, maar hij had het lef niet. Het is raar om te horen allemaal. Maar ik gun hem z’n geluk en vertel niet dat ik er zelf nooit voor gekozen heb en er gewoon door Bep op ben gestuurd. Ik zeg hem dat ik net van het elitaire Conservatorium in onze hofstad afgetrapt ben en binnenkort audities hier op de Dansacademie doe. Verschillende jongens hebben al excuses gemaakt voor hun pestgedrag van vroeger. Bep nooit.

Het wordt winter en de zolderetage waar we nu zitten is slecht geïsoleerd en koud. Maar we zijn toch meer buiten de deur dan hier op de Van Swietenstraat. Na de lessen in Rotterdam gaan we meestal meteen naar Hans en Zü in de Kraijenhoffstraat bij Hollands Spoor. MTV kijken met Wayne’s World en Ray Cokes. We proberen wel iets kunstzinnigs op te zetten met z’n vieren maar aan roken, drinken, stelen en uitgaan, gaat de meeste tijd op. Hans is gek op Claudio, Zü is gek op mij. We slenteren door de stad, jatten als de raven en scoren stuff bij Het Ei. Een mooie zaak aan de Lekstraat. Als je er binnenkomt, stap je een ei in dat op zijn kant ligt. Uit het dunste gedeelte steekt een lopend bandje. Heb je je bestelling ingesproken in de intercom en betaald door de gleuf daaronder, dan komt je stuff via het lopende bandje naar buiten. Of eigenlijk naar binnen want je staat in het ei. Zonder een mens gezien te hebben kun je dan weer vertrekken. Met Pasen kregen we er een chocolade ei bij cadeau. Vol stuff natuurlijk. Veel hebben we niet, maar we hebben genoeg aan een droge slaapplaats, wiet, alcohol en MTV. In de Stationsbuurt is veel criminaliteit. Wordt er buiten geschoten en is er veel politie in de wijk aanwezig, dan gaan we niet meer de straat op.
Als ik met koorts op bed lig komt Jan langs. Hij kijkt me raar aan als ik antwoord op de vraag van hem waarom ik dan nog door blow en zo ongezond leef: “Als ik heel ziek ben en me kut voel rook ik juist meer. Alles om maar te vergeten waar ik in zit en niet te zwaar te dromen.” Ziek zijn, pijn en slapen vind ik zonde van m’n tijd.
Van een docent in Rotterdam krijgen we door, dat ze voor een tv programma dansers zoeken. Met de vraag, of dat misschien een leuke schnabbel en ervaring voor ons is. N7 Danscompanie, van Noes Fiolet, verzorgt de dans in een quizachtig iets van Tineke de Nooij: de “Helemaal alleen in je ééntje Show” van de NCRV.
Ze hadden een Grieks dansje nodig voor bij het optreden van trio Hellenique. Noes Fiolet nam met z’n crew de showdansjes voor zijn rekening; wij alleen de sirtaki. Eén week oefenen in Noes z’n studio in Rotterdam, daarna naar 't Spant in Bussum voor drie draaidagen. Drie draaidagen moeten we erbij blijven voor ons drie minuten dansje. Zaten we daar met Quick Motion, Oscar Harris, Patricia P. met d’r Star Sisters. Wat een triest gedoe. Bij de gezamenlijke maaltijd doe ik erg m’n best niet naast een BNer terecht te komen, maar zoekend naar Clau die aan de overkant zit kom ik toch naast Patricia terecht. Ik heb me nog nooit zo gegeneerd. Met mijn "cunservateurium" opleiding voelde ik me natuurlijk een beetje te goed voor dit platte amusante volksvermaak. Word dit nu mijn toekomst?
Toen de opnames voor ons eindelijk aan de beurt waren, faalde ik als een amateur. Het lange wachten was dood vervelend. Het dansje was zo eenvoudig dat ik de tel kwijt raakte, was dit drie of waren we al bij vier. Toen ik eenmaal verkeerd in zette, ging de rest van het dansje helemaal niet meer. En er was maar één take voor trio Hellenique en onze sirtaki, ik lachend met de rij mee hoppen, elke pas te laat. Wat een afgang zeg, op de nationale tv. Maar wie keek er nou allemaal naar die show: huisvrouwen en bejaarden. Vader zal wel trots zijn. Toen het uitgezonden werd, viel niet eens op dat ik de fout in ging. M'n benen verdwenen achter een gast die voor ons op het podium zat.


Dagboek September 1985 / Mei 1989.

19 januari zijn de audities bij het Nationaal Ballet in Amsterdam. We kunnen dan bij Hans Blok in de Valeriusstraat overnachten zodat we op tijd zijn. De volgende ochtend moeten we om 11 uur in de studio van de Stadsschouwburg aan het Leidseplein een barre meedraaien en de oefeningen in het midden. Word je er daarna niet uitgepikt dan kun je gaan. Van Claudio wist ik wel dat hij niet aangenomen zou worden, maar ik had zelf totaal geen zin om m'n best te doen. Zag het ineens helemaal niet meer zitten, te moeten eindigen als figurant in het corps-de-ballet, in grote avondvullende sprookjes balletten.

1 april 1985 houdt Ciska, de directrice van de dansacademie in Rotterdam, ons staande als we naar de kleedkamers lopen. Marcel, een eindejaars leerling daar, kon het maar niet aanzien dat wij er een eigen rooster op na hielden en had al meerdere keren over ons geklaagd bij haar. Het werd als oncollegiaal en demotiverend ervaren. We worden er af gestuurd. Eén en al haat en nijd bij die nicht. Hij liet ons dus gewoon van school sturen terwijl we, van de directie, door onze omstandigheden tot aan de audities nog niet het volledige rooster hoefden mee te draaien. Als Ciska ons belet om door te lopen en haar verhaal naar ons doet, zie ik Marcel op de achtergrond lachend medeleerlingen vertellen wat er met ons gebeurt. Hij is content, te zien dat de directrice zich aan haar woord houdt. Terug in Den Haag neemt Jan Ate ons mee naar de kroeg. Na een Johnny Walker “on the rocks” op m’n nuchtere maag, val ik achterover van m’n barkruk. Ik word opgevangen maar ben na 13:00 uur ‘s middags de rest van de dag lekker kwijt. Auditie doen in Rotterdam zal niet meer gebeuren. De audities voor Jos Brink z’n nieuwe show en de musical van Annie M.G. Schmidt, laat ik graag schieten. Nog wel even gaan kijken bij Djazzex, op de Zeedijk, maar ik had bij binnenkomst al meteen geen zin meer om een warming-up mee te draaien. Claudio wel, dus ik ga aan de zijkant zitten en wacht.
Al die TL-verlichte studio’s, die kleedkamers en douchecabines, ik word er langzaamaan een beetje onwel van, voor mij hoeft het niet meer. De hele dag zwoegen en dan s’avonds na een ongemakkelijke snelle maaltijd ook nog “de mensen” vermaken. Laat in bed en vroeg weer op. Zeker als je het hele land door moet.
Omdat ik van mezelf het idee heb dat ik goed kan acteren, want dat doe ik al m'n hele leven, ga ik in juli ook kijken in gebouw Westerkwartier waar audities zijn voor een 14-delige Nederlandse tv-serie en een Franse tv-film: “Le Genie”. Maar ook daar ben ik als blonde, niet hun type.
In Augustus ga ik met Jan naar een tentoonstelling van Salvador Dali in de Groningse Evenementenhal.
In oktober gaan we dan wat lessen volgen in de studio’s van Krisztina de Châtel op de Plantage Middenlaan in Amsterdam, bij Stichting Danserswerk waar werkeloze dansers in vorm kunnen blijven. Via hen komen we terecht bij het project dat Justa Masbeck in de Bijlmer gaat uitvoeren. Dit zal de komende twee maanden in beslag nemen. Om onze reistijd wat te verkorten kunnen we zolang op de Bloemhof in Bussum op het huis van z’n zus, Roos passen. Die gaat met haar vriend Flavio naar Amerika.
Jan komt zaterdagochtend onze spullen verhuizen naar Bussum. Wat hij niet weet, is dat we net voor we bij hem in de wagen stappen, de spiegel uit een kastdeur hebben gesloopt. Daarna heb ik ook nog het plastic dakraampje wat met Duck Tape vast zat eruit geslagen, de gasleiding losgetrokken en een fles rode wijn laten leeglopen op het tapijt.
Op de Bloemhof in Bussum blijkt Flavio gewoon in de woonkamer te zitten. Dat was niet echt volgens plan. Met beiden ging het na de geboorte van Mimmo slecht. Door hun armoede en verslavingen vonden pa en ma uit San Francisco het nodig haar nog een kans te geven. Claudio z’n ouders zijn naar Amerika gevlucht voor overheid en justitie hier in Nederland, iets met de belasting of zo. Alleen hun oudste zoon is met ze meeverhuisd. Claudio bleef met z’n broer en zus liever hier.
Ze wilden niet in één van vaders restaurants terechtkomen. Ieder kind een eigen zaak; dat was vader's ideaal, maar niet dat van z’n kinderen. Pa en moe Bartolozzi blijven vanuit Californië proberen hun gezin weer compleet te krijgen. Dus Roos was met vriend en zoontje van harte welkom. Vanaf Schiphol zouden ze via New York naar San Francisco vliegen met de gedachte, gewoon even relaxed een paar maanden op de ouders te kunnen teren. Maar op JFK Airport in New York aangekomen kreeg Flavio geen toegang tot het land. Hij had geen geld bij zich, ze waren niet getrouwd dus geen familie en ja, met hun ingevallen wangen en uitstekende jukbeenderen, zagen ze er uit als verlopen junkies. Roos werd door familie verwacht en mocht met kind doorlopen en verder vliegen naar San Francisco. Ze ging via haar ouders meteen een afkick programma in bij één of andere Christelijke Commune. Flavio werd linea recta op het vliegtuig terug naar Holland gezet. We hebben twee maanden met hem geleefd. Het huis koud en doordrenkt van junkieverdriet. Dode kamerplanten. Etensresten en stinkende afwas.
Alles van waarde was al bijna verkocht voor coke of speed. Als we er aankomen, moeten we eerst drie dooie katten afvoeren die we onder de bank vinden. Flavio neemt ons s’avonds mee uit naar Het Krocht. Er is een tentoonstelling en de hele zaak hangt vol met werk van Herman. Brood speelt er zelf ook en Flavio legt een lijntje coke voor me klaar op de wc-bril. Ik snuif m’n eerste grammetje en verwacht een fantastische actieve lange nacht. Maar ze willen al naar huis. De coke heeft een heel andere uitwerking bij Flavio en Claudio. Terug lopend naar de Bloemhof ben ik hartstikke opgefokt en schreeuw wat en trap om me heen. “Hou je muil man, iedereen slaapt hier.” Hoor ik op fluistertoon achter me. Thuis willen ze meteen naar boven en op bed gaan liggen. Ik vol verwachting, maar ze gaan liggen en zijn weg. Willen ze nu gaan slapen met een lijntje coke op? Godverdomme, kanker junkies, me eerst een snuif geven en nu moet ik stil gaan liggen liggen? Echt doodzonde van de coke jongens… wat een hel. Ik flip. Niet eens een wip. Niet eens op boevenpad. Lig maar lekker wat!


Polaroid, Claudio en ik op de galerij.
Fotografie: Jan-Willem Steenmeyer en Robbert Kurpershoek.

De productie in de Bijlmer is gelukkig een stuk uitdagender dan dat getrut bij de NCRV.
Met Rob van Woerkom van het Nationaal Ballet staan we heel de maand oktober in de studio en proberen allemaal dingen uit. De laatste week van oktober op locatie. Nog een dagje winkelen bij America Used Clothing Warehouse voor een outfit. En November, een maand lang, zes dagen per week een voorstelling. Twee aparte dagen voor de geschreven media en AT5 zend een leuke docu over het project uit op de Amsterdamse StadsTv.
”Gulliver’s Vergezichten” een tocht door Bijlmerflat De Kempering. Een project in het kader van de stadsvernieuwing. De Bijlmer werd een beetje verwaarloosd en er moest een grote schoonmaak plaatsvinden. Flat De Kempering staat op de lijst om gerenoveerd te worden. Publiek zal meegenomen worden op een toer langs verschillende locaties in deze flat. Vijf gidsen verzamelen elke avond rond de klok van 19:00 hun groep gasten op station Amsterdam Centraal. Daarna begeleiden de gidsen iedereen met de metro naar station Kraaiennest. Hier staan dan bussen klaar om de gasten naar de flat te rijden. Het is November, dus rond deze tijd al helemaal donker. Aangekomen bij flat De Kempering aanschouwen de bezoekers de bergbeklimmers. De Nederlandse Bergsport Vereniging NIVON, liet klimmers met muziek schijnwerpers en licht effecten, van de tiende verdieping abseilend naar beneden komen.
In de flat zelf heeft Justa negen acteurs/actrices opdracht gegeven om elk in hun eigen huis, verspreid over de hele flat, een optreden te verzorgen en een frisse blik te werpen op wonen in de toekomst. De gidsen leiden vervolgens alle gasten langs de verschillende acts. Zo was er: “de Estheticienne”, “De Luistervink”, “De Architect”, "Het huis met te groot meubilair", “De modelflat”, “Modern Boeren” en “De Hoeksteen.”
De rondleiding zal eindigen in de Surinaamse eetgelegenheid met een maaltijd en muziek. Onze taak, naast de dans die we aan het eind van de tour doen als iedereen weer beneden was, bestond uit het rondhangen in de portieken, het trappenhuis en alle galerijen. Opstandige jeugdigen met spuitbussen en een ghettoblaster die acrobatische toeren uithaalden met af en toe, her en der een dansactie. Zo kwam het wel eens voor dat, als een gids weer met z’n gevolg het trappenhuis in verdween, iemand van de gasten achterbleef op de galerij en ons aan bleef staren. De ene keer om te kijken hoe we zouden reageren, anderen dachten weer dat we echt de boel kwamen versjteren en wilde laten zien dat ze niet bang voor ons waren. Moest ik ze in mijn ABN weer bij hun gids krijgen; “U mist de rest van de tour als u niet meegaat met uw gids meneer!”
Aan het eind van de hele avond, als iedereen z’n maaltijd had genuttigd bij restaurant Nos Cadushi en beneden op de eerste, overkapte galerij weer bij elkaar kwam, gingen de schijnwerpers en onze muziek aan. Uit grote boxen stampen de elektrobeats de galerij op. Van achteren komen wij dan met de scherpe lampen in onze rug, als silhouetten naar voren gedanst. Iedereen gerustgesteld, de hangjeugd hoorde erbij. Een maand lang hebben Clau en ik de kans gegrepen om nog voordat alle bezoekers bij de flat waren aangekomen, bij Marianne Seine op haar kamer met het te grote meubilair, vanaf tien hoog, ook met klimtuig naar beneden af te zakken. Onder begeleiding van de bergbeklimmers worden we ingesnoerd. Daarna in het donker over de balustrade van haar balkon klimmen, naar beneden turen, afzetten van de rand en naar beneden zoeven terwijl je alle etages aantikt. Goeie opwarming en een lekkere adrenaline boost voor de opstandige act die we elke avond moesten neerzetten.


v.l.n.r.: Ikzelf staand met Vincenta Besteman daaronder Claudio Bartolozzi,
Josepha Dumatubun en John Hilgers zittend en Victor Bottenbley liggend op de grond.
Fotografie: Jan-Willem Steenmeyer en Robbert Kurpershoek.


boven: de dansers. linksonder: Alice Ruyters, de estheticienne.
rechtsonder: Ik sta op de trapleuning en vaag in de achtergrond,
Justa Masbeck die net onder mij door is gekropen.

Mijn blinde darm is ontstoken. Dat weet ik nog niet maar ik heb al maanden last van krampen rechtsonder in m’n buik.
Elke avond voor het slapen gaan en bij het wakker worden.
Deze maand zet ik ook Claudio voor het blok. Depressief over het uitblijven van bevestiging zet ik hem onder druk. “Nou, dan moeten we alles maar verdelen!” Zeg ik in de trein naar Amsterdam. Hij vindt het jammer om na zo'n tijd al bij elkaar te zijn geweest het niet verder te proberen. Ik vind het niet leuk te zien hoe depressief hij van m’n verhaal wordt. Zit ik nu een emotionele reactie bij hem te forceren? Ik lijk Bep wel. Als we in de Bijlmer aankomen nemen we de lift niet naar de kleedkamers maar zakken af naar de begane grond om het weer even goed te maken. De winter komt eraan. Hij gaat dan wel vreemd, maar is toch ook alleen. Na dit project moeten we ook weg uit het huis van z’n zus in Bussum en dan is ie net zo goed dakloos als ik.
Annelies Dop, jeugdvriendin van Clau en inmiddels bedrijfsleider in “Los Gaucho’s” aan het Rembrandtplein, bied ons een tijdelijke slaapplaats aan op de Erasmusgracht in Amsterdam. Ze spreekt ons bij aankomst moederlijk toe. We mogen er overdag niet verblijven, de verwarming mag niet aan en ze verwacht dat we elke dag druk bezig gaan met het zoeken van een baan, als het met het dansen niet lukt.
Hebben we net die twee maanden in de Bijlmer erop zitten en Annelies doet een beetje alsof we geen moer uitvreten. Ik kan er niet tegen, maar ze kent Claudio en dan kan ik natuurlijk niet beter zijn. Deze periode slapen we met z’n drieën in één bed. Verschrikkelijk om geen eigen plek te hebben.
We zien volgend jaar wel weer.
Eerst nog het eindfeest. Rob onze coach in de Bijlmer, nodigt de dansers uit voor een afscheidsfeestje bij hem thuis. Van de wasmachine snuif ik m’n tweede lijntje coke. G.J. Reijnders is zo dronken, dat er een taxi voor hem gebeld wordt en hij moet ondersteund worden om veilig beneden te geraken. We gaan zijn werk met het Nationaal Ballet nog zien: Bacchanten, in Carré 1986.
Verder hebben we wel geprobeerd een woonstek in Amsterdam te vinden maar dat blijft moeilijk. Vrankrijk op de Spuistraat is moeilijk en bij een krakersgroep in De Pijp was ook weinig plek. We checken ook even bij Hans en Zü, die zitten al een tijdje op de vroedvrouwen afdeling van het gekraakte O.L.V.G. ziekenhuis in het centrum ergens, het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis. Maar er werd hier veel gebruikt en het was een beetje een naargeestige plek. Verblijfplaats van leden, behorende tot de Satans Kerk. Donker, slecht verlicht en vol troep. Sommige afdelingen waren gebarricadeerd. Nadat iedereen wat grammetjes achter in de neus had zitten, zijn we met alcohol in de hand naar Paradiso gesjokt. The Damned speelt er. Clau en ik bevonden ons tot onze verbazing in een groep die gewoon zonder te betalen door kon lopen naar de grote zaal. Going up to the “Spirit in the Sky” Grote joints bouwen.
Zü vraagt of ik een chillum wil stoppen. Dat ding volgestopt met een brok maroc en zelf de eerste hijs genomen. Meteen al m’n voortanden zwart van de teer. Waar kwam die chillum vandaan? Zü wist het niet meer. Een dikke teerplak op m’n lippen. Dat spoel je niet zo makkelijk weg. Maar ssST(((<o\0/o>)))NEd werd ik er wel van. Nog even wiet scoren bij Balou in de Halve Maansteeg, onderweg naar het DOK (De Odeon Kelder). Laatste keer in het DOK hier was met Carmen, Richard en Vivianna. Dat was een afknapper zeg. Hartstikke stoned natuurlijk maar de vaste kliek van het DOK bepaalde de hele sfeer. We werden weggekeken/geduwd op de dansvloer; er ontstonden ruzies. Allemaal van die relnichten die elkaar bijna in de haren vlogen. Bij de pisruimte, lag iemand half bewusteloos naast de wc pot. “Laat hem liggen, hij wil dat zelf joh!” Zei een verwijfde knul tegen me. Toch stond ik te twijfelen, was hij echt bewusteloos? Is hij hier met vrienden? Moet ik hem niet in bescherming nemen? Waarom is er niemand van de zaak die ingrijpt? Dit is geen SM-bar zoals De Cockring of de Olympic, waar iedereen in tuigjes zit of hangt en zich al dan niet laat vol zeiken op de plee of laat fisten op de bar. Maar mijn gezelschap wilde verder door naar “Het Oxhoofd” en gaan eraan voorbij. Vreemd, dat je van mannen houdt en dan met je vriendjes zo kut loopt te doen in een homotent, waar je onder gelijkgestemden verkeert. Die homo’s zijn nix beter dan die hetero’s.
Het leven uit de koffer, is doodvermoeiend en ik haal Claudio over om zolang we nog geen huis hebben gevonden, weer op een kamer bij mijn ouders in Lisse te gaan zitten. Hoe verschrikkelijk ik dat ook vind. Maar ik slaap liever op het kleinste kamertje daar, dan nog een week bij Annelies in bed. En de huur die ze thuis zullen vragen, betaal ik toch niet. Vanuit Lisse zoeken we verder in Rotterdam. Dat duurt gelukkig niet lang.

vorige pagina - terug naar index - verder lezen