Leven nu,.. en morgen?
jongerenmanifestaties
sociëteit "ante portas"
en  werkgroep  noordwijkerhout

Inleiding van Majoor G.J. Maarseveen
vrijdag 24 januari 1969 in Hotel v.d. Geest.

 

"DIENST MET EN ZONDER WAPENS”


Mijnheer de gespreksleider, dames en heren, ik ben bijzonder erkentelijk, dat ook ik mijn bijdrage mag leveren aan de pogingen die Ante Portas doet om haar doel te bereiken.
Het doel is, zoals ik het begrepen heb:

 

  1. Elkaar duidelijk maken dat wij allen een deel zijn van deze wereld en
    betrokken zijn bij alles wat daarop gebeurt,
     
  2. In dit besef samen te zoeken naar methoden om deze wereld
    leefbaar te houden, kan het zijn, leefbaarder te maken.


Of dit zal lukken door ons, zoals Ante Portas meent, open te stellen voor het zogenaamde "inclusief denken" of misschien door kritischer en genuanceerder denken, is voor mij nog de vraag!

Er zijn namelijk vele situaties in een mensenleven dat er een KEUS gemaakt moet worden.
Met andere woorden: niet en-en, maar of-of.

Jammer vind ik het ook, dat op de eerste discussieavond niet aan bod zijn gekomen de vragen:
“Wat voor soort kranten leest U?” en “Voor welk tv-programma blijft U thuis?”
Ik zou nog een vraag toe willen voegen:
“Poogt u weleens bij alles wat U hoort en ziet feiten van commentaar te scheiden?”

Op de tweede discussieavond bleek verder dat de meerderheid der aanwezigen ‘t eens was over de onvoldoende mate waarin de rechten van de mens in praktijk werden gebracht.
Niemand kwam, althans openlijk, op de gedachte dat er toch wel veel en ook juist in de niet technische sfeer tot stand was gebracht, in die korte tijd dat de mens op dit ondermaanse rondloopt.
Bijvoorbeeld, wat er allemaal verbeterd is sinds 1215, toen in Engeland een handvest, de “Magna Carta”, van kracht werd, waarin de rechten der onderdanen was vastgelegd.

Ik geloof dat wij ook bij het onderwerp van vanavond, eigenlijk het probleem oorlog en vrede, er van uit moeten gaan dat het ideale niet van deze wereld is, maar dat wij er wel voortdurend naar moeten blijven streven.

Alvorens overigens met het onderwerp te beginnen zou ik mij graag nog wat gedetailleerder aan U voorstellen.

Ik zou de "Je maintiendrai-leeuw" op mijn linkermouw wel willen verwisselen voor een vredesduif met als onderschrift “VREDE is mijn beroep”; mij daarbij realiserend, dat dat voorshands een "negatieve" vrede (afwezigheid van oorlog) is, omdat we helaas nog lang niet toe blijken te zijn aan de positieve absolute vrede in de betekenis van "totale wereldharmonie".

Ik zou wel een sjerp op mijn uniform willen dragen met het opschrift: "Wij zijn de prijs die U betaalt voor VRIJHEID en GERECHTIGHEID". Daarbij bedenkend, dat het dan uitsluitend gaat om de betrekkelijke vrijheid en de relatieve gerechtigheid en niet die van bijvoorbeeld de Tsjecho-Slowaken.
Als we ons idee van vrijheid en gerechtigheid daar namelijk vanavond zouden willen gaan brengen om 11 uur, dan betekende dat om 1 minuut over elf het einde van de zorgvuldig bewaarde negatieve vrede en het begin van een totale oorlog. U merkt, dat ik bij deze voorstelling in feite al midden in het thema van vanavond terecht gekomen ben.

De grove lijnen van het gebroken wereldlandschap waarin wij leven, staat al op het tekenvel. De schets zal alleen nog afgemaakt en gekleurd moeten worden. Dat wilde ik doen aan de hand van:

  1. een aantal vraagpunten die Ante Portas mij opgaf,
     
  2. een aantal kanttekeningen die ik zo vrij was te maken in het door
    mijnheer van Hengel geschreven boekje, waarvan ik hoop,
    dat alle aanwezigen het aandachtig bestudeerd hebben.
     

Allereerst dan Ante Portas, die onder meer vroeg of de aanwezigheid juist in Nederland van een leger en de daarmee samenhangende dienstplicht noodzakelijk is.

Ook in Nederland is het er op nahouden van strijdkrachten noodzakelijk.
Elke staat wenst haar eigen belangen namelijk te kunnen beschermen.
’t Gaat hier natuurlijk ook om de handhaving van de zogenaamde soevereiniteit, oftewel de onafhankelijkheid.
Zelfs de jonge, arme ontwikkelingslanden vinden terecht een strijdmacht voor dat doel noodzakelijk (Loemoemba - VN - 1960).

Dienstplicht is geen voorwaarde voor het bestaan van zo’n leger.
Het zou ook, maar mijns inziens niet even goed, een volledig beroepsleger kunnen zijn.
Niet even goed, zei ik, omdat ik vrees, dat ’t dan al gauw een staat in de staat, een aparte kaste zou worden, die misschien zelfs een bedreiging van de democratie zou gaan betekenen.

Hoe dan ook, ik ben blij, om meerdere redenen blij, dat wij het “volksleger”-systeem hebben.

Overigens is die dienstplicht in Nederland niet zo vlot van stapel gelopen.
Napoleon begon er in Europa mee in 1798. Toen heette het nog “conscriptie”. Pruisen neemt het idee over onder het motto “Volk im Waffen” en wint onder meer door dit systeem de oorlog 1870-1871. Bijna alle Europese landen gaan dan tot de dienstplicht over.

Alleen in Nederland, waar alles gewoonlijk 5 jaar gebeurt, komt men pas tot dienstplicht in 1898.
De reden van dit achterblijven was gelegen in de vrees van de gegoede burgerij voor “de socialist”, die dan ook een wapen zou krijgen, en voor “de democratisering” die de dienstplicht met zich mee zou brengen.
De baron als slapie van de boerenknecht was immers onbestaanbaar.

De dienstplichttijd is hier 16 tot 18 maanden.
In Oost-Europa ligt die, hoewel op scholen reeds militaire opleiding gegeven wordt, bij de meeste landen op 24 maanden. Bij sommige zelfs hoger.
Nota bene: Zonder de mogelijkheid zich gewetensbezwaarde te voelen.

Vervolgens had Ante Portas graag wat gehoord over de kwestie gezag en de persoonlijke vrijheid in het leger.

Een moeilijke materie, zowel in het leger als in de burgermaatschappij, omdat veel -zo niet alles- afhangt van de persoonlijke mentaliteit van de betrokkenen in hun verhouding onderling.
Gezag bijvoorbeeld behoort, mijns inziens niet alleen in het leger, een kwestie te zijn van aanvaardbaar maken en daardoor aanvaard worden.

Persoonlijke vrijheid hangt weer nauw samen met de gevoelde persoonlijke verantwoordelijkheid. Veel wordt er vooral de laatste jaren gedaan in het leger om tot een vorm in “de vermaatschappelijking” te komen. Ik zou vele maatregelen kunnen opsommen.


En dan de laatste kwestie van Ante Portas, t.w.: de ideologische indoctrinatie in het leger.

Naar mijn mening wordt daar niets aan gedaan.
Jawel, er wordt aan actuele voorlichting gedaan. Per brigade, ongeveer 3000 man, is daar één officier en één onderofficier voor aangewezen.
Maar dat ik toch geen ideologische indoctrinatie noemen.
Daarvoor zou je namelijk in Nederland een uniform, nationaal dogma, een ideologie moeten hebben, een samenhangend stelsel van denkbeelden hoe de wereld, de maatschappij er uit behoort te zien.
Zo’n stelsel kent ons volk niet …en dus ook ons volksleger niet. Daartegen verzet ons veelvormig politiek en religieus leven zich, daarvoor kennen wij teveel soorten idealen en waarheden.

Niet één waarheid, die bijvoorbeeld de Sovjet Unie wel kent en die Prawda heet.
In Oost-Europese legers ligt de zaak anders.
Daar vindt men per bataljon (500 tot 600 man) één politiek officier, terwijl naast elke hogere commandant een Politcommissaris zit.
’t Gros der officieren en onderofficieren is trouwens partijlid, aspirant-lid of lid van jeugdgroepen; lid dus van de enige, althans grootste partij in het land, die overigens slechts 3 tot 5% leden telt; je wordt namelijk niet zomaar lid.
Kijk, dàt nu zou ik wel ideologische indoctrinatie willen noemen.


Dan nu graag een paar kenmerken van oorlog & vrede.

Oorlog is geen typische militaire zaak, evenmin als een vrede uitsluitend een zaak voor burgers en politici is.

Vredesinstrumenten zijn: diplomatie, economische steun of druk, agitatie en propaganda, maar ook bedreiging.
Veel van die instrumenten vallen in de oorlog weg, waarvoor dan toepassing van geweld in de plaats komt.

Carl von Clausewitz, Pruisisch veldheer ongeveer 1800, zei reeds: “Oorlog is voortzetting van de politiek met behulp van andere middelen”.
Lenin dit lezende, plaatste een kanttekening die luidde: “Dus vrede is de voortzetting van de oorlog met 'n pen”.
Dat dit nog steeds de Prawda-waarheid voor de Oost-Europese leiders is, blijkt mijns inziens elke dag.

Aan de opdracht van Ante Portas:
“Maak duidelijk hoe vrede bereikt kan worden” heb ik naar mijn mening rees voldaan in etappes. Graag wil ik nog eens resumeren.

De positieve vrede (= totale wereldharmonie) kan zeker niet door de huidige veelsoortige bewapening van vele landen worden bereikt. Die positieve vrede zal mijns inziens slechts bereikt kunnen worden via totale ontwapening van alle landen, met uitsluiting van één gering bewapend machtsmiddel in handen van één wereldregering.
Dit nu is helaas, voorlopig een hersenschim.
Een dergelijke ideaalsituatie zal mijns inziens, zoal ooit, niet op korte termijn bereikt kunnen worden.
Zolang die ideaalsituatie niet bereikt is, zullen we helaas genoegen moeten nemen met slechte surrogaten als machtsblokken en machtsevenwicht.
Dit zo zijnde, moeten we ervoor zorgen dat we macht niet als een vies woord beschouwen, zolang die macht duidelijke doeleinden nastreeft.
We zullen moeten voorkomen, dat machtsvacua ontstaan, omdat zij om opvulling door anderen vragen.

We zullen er ons verder voortdurend van bewust moeten zijn dat macht, ook de Nederlandse, bestaat uit een product van 3 factoren, te.weten:


De kwetsbaarste factor van een democratische macht, blijkt het moreel te zijn.
Laten we er voor zorgen, dat ons moreel niet tot 0 gereduceerd wordt. Dan immers is de uitkomst van de totale vermenigvuldiging ook 0.

Laten we trachten het machtsevenwicht in die zin te handhaven, opdat, als de positieve vrede dan niet haalbaar is, tenminste de negatieve vrede ons deel zal mogen zijn.

In de hoop dat U, om in taal van Ante Portas te spreken, door ons beider inleiding “zo zwaar geschokt bent, dat u vol vuur uw gemoed gaat spuien”.

Dank ik u voor uw aandacht.


Majoor G.J. Maarseveen.
Project "Leven nu… en morgen"

de vierde avond:
DE BLAUWE OORLOG