"Annie..., Annie...,
kom, kom, er ligt een vreemde man op de bank!"

Annie vloog overeind.
Haar moeder, bij wie ze een nachtje had geslapen
was een paar tellen eerder uit bed gesprongen,
had de gordijnen open gedaan en was naar beneden
gelopen om thee te zetten.

"Dat is goed mis", dacht ze.
Gisteren was haar vader en paar appeltjes gaan plukken
in de diepe tuin en daarbij uit de boom gevallen.
Strompelend was hij de trap op gekropen en
in de kamer op de bank gaan liggen
met vreselijke pijn.

 

 

 

 

 

 

Toen ze een paar maanden later
wat gewend was aan haar appartementje,
nam ik m'n geluidsrecorder eens mee
om haar de verhalen te laten horen, die
Opa Duivenvoorde me ooit vertelde over zijn jeugd.

Aandachtig zat ze te luisteren en zei plots:
"'t Is toch wat..! Dat is m'n buurjongen,
Willem Duivenvoorde!