Met Killend' Fok

72  OPTIES VOOR JEUGDBELEID  IN  NOORD-HOLLAND

samenvatting van een advies aan het provinciaal bestuur
inzake de verdere ontwikkeling en, met of zonder de raad,
ter consolidatie van provinciaal jeugdbeleid

voorwoord

72 opties inleiding   Algemene voorwaarden

Jeugdonderzoek   Arbeid  Welzijn  

Jongerenwerk    Onderwijs  Hulpverlening

Kunst & Cultuur

Wonen, Leefomgeving & Ruimtegebruik

Verkeer & Vervoer

excerpt gs-plan scw & ew

argumenten voor jeugdbeleid
 

VOORWOORD

Met killende fok lijkt het Provinciaal Bestuur vorm te geven aan jeugdbeleid.
Is de wind gedraaid, een onderstroom niet ingecalculeerd, of wordt er te scherp aan de wind gezeild?

De doelen zijn intentioneel nog dezelfde als bij het optreden van het College van GS in mei 1987, maar ze dreigen in de politieke praktijk, waarin onder meer omvangrijke bezuinigingen en interne reorganisaties veel energie en tijd vragen, uit het zicht te raken.

Meer dan ooit is het dan ook geboden, elementen voor bijsturing aan te dragen.

De Raad heeft in goed overleg met het College van GS afgesproken, omstreeks de zomer van 1988 het Provinciaal Bestuur van advies te dienen met betrekking tot provinciaal jeugdbeleid. Daarbij is er van uitgegaan, dat jeugdbeleid nog steeds prioriteit heeft en dat een teruglopend aantal jongeren wel zal kunnen leiden tot een verminderend aantal schoolbanken, maar bepaald niet mag leiden tot een teruglopende politieke aandacht, integendeel. De argumenten voor jeugdbeleid maken dat voor ieder duidelijk die wat verder dan zijn omgeving kijkt.

De Raad heeft zijn advies niet alleen willen formuleren door een oogje in het zeil te houden teneinde de koers van het beleid aan de politieke intentie te toetsen overeenkomstig zijn "waakhondfunctie"; maar meer nog door het ontwikkelen van redelijke beleidsopties voor de diverse beleidsterreinen.

Veel van deze opties zijn met enige goede wil en zonder extra kosten uitvoerbaar; enkele andere vragen nadere politieke afweging.

De Raad hoopt, dat dit advies in alle relevante Statencommissies op korte termijn aandacht zal krijgen en biedt hierbij zijn diensten aan voor de verdere uitwerking.

 

Haarlem, 26 juli 1988,

Drs H.H. van Egerschot, voorzitter.

ISSN 0169 - 0248
RAAD VOOR JEUGDBELEID NH

 

 

72 OPTIES VOOR JEUGDBELEID

Het advies voor provinciaal jeugdbeleid geeft na een inleiding over de overwegingen en aanknopingspunten die er zijn, enkele algemene voorwaarden voor jeugdbeleid (Hoofdstuk 2). In de vervolghoofdstukken wordt het provinciaal beleid aangeduid aan de hand van het Collegeprogramma 87/91, de wettelijke (mede-)bewindstaken en autonome taken.

Aan de hand van de Begroting 1988 alsmede het Integraal Beleidsplan '88 wordt dit beleid inzichtelijker gemaakt en worden "Opties voor Jeugdbeleid" geformuleerd. Dit advies is daarin niet compleet, daar er op enkele beleidsterreinen ingrijpende veranderingen aan de gang zijn, of omdat de Raad door zijn beperkte mogelijkheden zich nog niet intensief in een betreffende sector heeft kunnen manifesteren.
(Openbare Orde & Veiligheid, Waterhuishouding, MIlieubeheer),

Of omdat de Raad nog met onderzoek of nadere studie bezig is, zoals het binnen enkele deelgebieden wordt aangegeven.

Beleidsopties zijn geformuleerd in de volgende hoofdstukken van de adviesnota:

Hoofdstuk 2:   Algemene voorwaarden voor jeugdbeleid.
Hoofdstuk 3:
  Jeugdonderzoek
Hoofdstuk 4:
  Arbeid
Hoofdstuk 5:
  Welzijn
Hoofdstuk 6:
  Wonen, Leefomgeving & Ruimtegebruik
Hoofdstuk 7:
  Verkeer & Vervoer

Hieronder staan de opties in volgorde per hoofdstuk nader toegelicht.

 

Opties Hoofdtuk 2:

 Algemene voorwaarden voor jeugdbeleid.

Optie 1:  Bureau Jeugdbeleid binnen Afdeling Facet-beleid
Binnen de DCO (Dienst Centrale Ondersteuning) wordt een afdeling Facetbeleid ingericht. Binnen deze afdeling wordt naast een Bureau Emancipatie ook ruimte geschapen voor het overige, reeds benoemde facetbeleid, in concreto:
Bureau Jeugdbeleid, Bureau Minderhedenbeleid, Bureau Gehandicaptenbeleid en Bureau Ouderenbeleid.

Optie 2:  Gedeputeerde voor Coördinatie Facetbeleid
Er wordt een gedeputeerde facetbeleid aangewezen, teneinde op bestuurlijk niveau de samenhang binnen het totale facetbeleid (aandacht binnen de portefeuilles van de gedeputeerden), tussen de facetbeleid-groepen afzonderlijk, alsmede van het facetbeleid ten opzichte van het algemene beleid
te bewaken.
Tevens worden door deze gedeputeerde de ambtelijke inspanningen ten behoeve van het facetbeleid gedekt.

Optie 3:  Jaarlijkse Statenvergadering Jeugdbeleid
Teneinde de voortgang in jeugd-facetbeleid te volgen wordt eens per jaar een deel van de Statenvergadering gereserveerd voor de evaluatie van het jeugdbeleid. Ten behoeve van de voortgang en evaluatie wordt het actiejaarplan jeugdbeleid bijgesteld.

Optie 4:  Operationaliseringplan Facetbeleid
Gezien de te verwachten aanvangsproblemen, waarmee de realisering van het facetbeleid zal kampen, wordt een plan opgesteld, waarin wordt aangegeven wanneer en voor welke groep facetbeleid wordt gevoerd
en hoe dat in het algemeen zal worden ontwikkeld.
In dit plan worden voorts de bevoegdheden van de coördinerend gedeputeerde en de Afdeling Facetbeleid geregeld, alsmede de procedures en routes die gehanteerd worden voor beleid voorzieningen (met advies- & inspraakprocedures) en de uitwerkingen.
Ook zal daarin worden aangegeven, hoe voor een nieuw vastgesteld facetbeleid ruimte wordt gecreëerd binnen de Afdeling en hoe voor elk facetbeleid een uitwerkings- of actieplan met financiële raming zal worden ontwikkeld.

Optie 5:  Actieplan Jeugdbeleid
Ten behoeve van de uitvoering van het jeugdbeleid wordt een voortschrijdend meerjarenplan opgesteld.
Daarin wordt binnen de algemene doelstellingen aangegeven, welke werkdoelen met toetsbare eindtermen voor de afzonderlijke beleidsterreinen worden geformuleerd.
Tevens is hierin aangegeven, welke financiële middelen ten behoeve van jeugdbeleid in de deelbegrotingen zijn opgenomen.

Optie 6:  Provinciaal meisjesbeleid
In het voorjaar zijn er door de landelijke adviesorganen op het gebied van jeugdbeleid, emancipatie en economie, adviezen uitgebracht over de positie van meisjes. De rijksoverheid komt in het najaar (
1988) met een regeringsnota over dit onderwerp.
In het verlengde hiervan is het wenselijk, ook op provinciaal niveau de mogelijkheden voor een dergelijk beleid te onderzoeken.
Door middel van een interne projectorganisatie kunnen op de diverse beleidsterreinen activiteiten worden uitgezet.

Optie 7:  Provinciaal Platform Meisjesbeleid
In de nota "de positie van vrouwen op de regionale arbeidersmarkt" is het voornemen opgenomen, te komen tot de oprichting van een onderwijsplatform ten behoeve van meisjes.
Met het oog op de fundamentele veranderingen in de positie van meisjes na 1 januari 1990 (economische zelfstandigheid vanaf 18 jaar) is het wenselijk, een platform met een bredere taak te organiseren, teneinde een specifiek meisjesbeleid te ontwikkelen.
Een aantal provinciale organisaties is hiermee reeds van start gegaan. Ook de afdeling Emancipatie participeert in di
t initiatief .

Optie 8:  Jeugd - Informatie – Beleid
De afdeling Voorlichting van de provincie stelt jaarlijks een jeugdinformatieplan op waarin is aangegeven, hoe vanuit de diverse beleidsterreinen jeugdrelevante informatie onder de doelgroep wordt verspreid.
Overwogen kan worden, deel te nemen aan het door de Raad doorontwikkeld initiatief (een in schoolagenda’s inplakbaar informatiekatern)
om de participatie van jongeren aan beleid en de gebruikmaking van voorzieningen te bevorderen.

Optie 9:  Expertfuncties onder begrotingsregiem Facetbeleid
Wanneer er in het veld van het maatschappelijk initiatief (categoriale) instituten voor facetbeleid zijn, gericht op overheden (provinciaal of regionaal/lokaal) met een advies-, onderzoeks- of een ander expertfunctie, worden deze begrotingstechnisch ondergebracht in dezelfde hoofdstukparagraaf, waarin de afdeling Facetbeleid wordt begroot.

 

Opties Hoofdstuk 3:  

 Provinciaal Jeugdbeleid & Jeugdonderzoek

Optie 10:  Coördinatie onderzoeksbeleid in DCO
De provincie bevordert, in navolging van de integrale provinciale beleidsplanning, de ontwikkeling van een gecoördineerd provinciaal onderzoeksbeleid.
De algehele onderzoekscoördinatie kan ondergebracht worden bij de Dienst Centrale Ondersteuning.
In een begeleidende Nota Onderzoeksbeleid wordt uitwerking gegeven aan:

  • de inhoud van het onderzoeksbeleid (thema's & zwaartepunten);
  • instrumenten (programmeringorganen, voorwaarden voor uitvoering van onderzoek, vaststellingprocedures, procedures van onderzoekprogramma's, de coördinatie gegevensbestanden, publicatieregels, e.d.)
  • middelen (omvang en allocatie over onderscheiden terreinen).

Optie 11:  Provinciaal Programmeringcollege Jeugdonderzoek
De provincie ontwikkelt, in navolging van en in afstemming op het landelijke Programmeringcollege Jeugdonderzoek, een model voor een provinciaal Programmeringcollege Jeugdonderzoek. Daarin komen aan de orde:

  1. Advisering aan het provinciaal bestuur over de programmering van toepassingsgericht jeugdonderzoek.
  2. De omvang van het jeugdonderzoeksbudget
  3. De externe medefinancieringsbronnen voor jeugdonderzoek.  
  4. De ontwikkeling van een jaarrapportage jeugdonderzoek.
  5. De infrastructuur binnen het ambtelijk apparaat (aanmeldingsplicht van onderzoek, afstemming)
  6. De coördinatie van gegevensbestanden
  7. De contacten met externe onderzoeksorganisaties.

 

Optie 12:  Jeugdonderzoek in populaire versie
De provincie reserveert jaarlijks een deel van het onderzoeksbudget voor de vertaling van onderzoeksresultaten naar de doelgroep.

Optie 13:  Regionale infrastructuur jeugdonderzoek
Binnen de regionaliseringoperatie zorgt de provincie voor het opnemen van het aspect jeugdonderzoek.
Samenwerking met de bestaande intergemeentelijke sociografische onderzoekbureaus verdient aandacht.

Optie 14:  Regionale jeugdscenario´s
In samenhang met de sociaal-economische regiorapportages en de kerngegevens ten behoeve van streekplannen, bevordert de provincie de ontwikkeling van een regionaal sociaal-cultureel jeugdrapport.
Zie ook opties 15, 32 en 57.

 

Opties hoofdstuk 4:

Arbeid

Optie 15:  Rapportage over de positie van jongeren op de Noord-Hollandse arbeidsmarkt
De provincie verzoekt de Economische Technologische Dienst, een rapportage op te stellen over de positie van jongeren op de Noord-Hollandse arbeidsmarkt. Vragen die in een dergelijke rapportage aan de orde moeten komen, hebben niet alleen betrekking op hun directe beroepsperspectief. Ook aspecten als woonwensen, mobiliteitsscenario, behoeften aan leer- en werkervaring, aanvullende of nieuwe opleidingsmogelijkheden moeten bekeken worden.
Zeker met het oog op de effecten van de zogenaamde “1990-maatregel” (economische zelfstandigheid vanaf 18 jaar) is inzicht in de samenstelling, wensen en perspectieven van de groep jongeren in relatie tot de economische ontwikkelingen, noodzakelijk.

Optie 16:  Hoofdstuk jongeren opnemen in regio-rapportage
In de op te stellen regiorapportage voor het noordelijk deel van de provincie (en in de toekomst ook in de aan te vullen bestaande rapportages) is het gewenst, de arbeidsmarktkansen voor jongeren nu en in de toekomst als apart hoofdstuk op te nemen.
Ook hier is het van belang, aan te geven welke perspectieven voor meisjes, respectievelijk jongens er zijn en hoe in aanvullende voorwaarden kan worden voorzien.

Optie 17:  Stimulering regionale jongeren-werk-winkels
In navolging van West-Friesland stimuleert de provincie de totstandkoming van jongerenwerkwinkels door het bij elkaar brengen van partners uit het bedrijfsleven, werkgevers & werknemers, onderwijs, sociaal-cultureel werk, de maatschappelijke dienstverlening en regionale & lokale overheden.

Doel van de samenwerking:
Langdurig werkloze jongeren begeleiden en aan een baan helpen. Vooral meisjes en jongeren uit etnische groeperingen. Behalve vanuit de optiek van werkgelegenheid kan de provincie hiermee ook de methodiekontwikkeling in het sociaal-cultureel werk stimuleren (werken met werkloze jongeren) en een bijdrage leveren vanuit de planning van onderwijsvoorzieningen (o.a. BE/VE en beroepsonderwijs).

Optie 18:  SBNH en aanknopingspunten voor jeugdbeleid
In de adviseringswerkzaamheden van de SBNH word nadrukkelijk voorlichting gegeven over de specifieke mogelijkheden om jeugdige werklozen in dienst te nemen.
Bij individuele bedrijfsadvisering kan aangegeven worden, welke maatregelen in de sfeer van scholings- en/of loonkosten-subsidie in het bijzonder van toepassing zouden kunnen zijn.
Daarnaast worden bedrijven regelmatig op de hoogte gehouden door bijvoorbeeld een nieuwsbrief.
Hierin wordt o.a. aangegeven, hoe de markt van subsidie en scholing is georganiseerd in de provincie, welke veranderingen erin zijn opgetreden en welke ervaringen bedrijven hebben opgedaan.

Optie 19:  De Nota MKB en experimenten jeugdbeleid
In de te verschijnen provinciale nota Midden & Kleinbedrijf (MKB) wordt aangegeven, welke mogelijkheden deze sector voor jongeren biedt.
Gelet op de omvangrijke betekenis van het MKB voor de werkgelegenheid in de provincie (60% en daarmee goed voor ongeveer 40% van de totale werkgelegenheid), moeten die mogelijkheden er zijn.
Zo kunnen bijvoorbeeld per branche op provinciaal en/of regionaal niveau steunprojecten voor jongeren opgezet worden, waarin zij zich kunnen oriënteren op en oefenen in een bepaalde branche.
Een andere mogelijkheid is, per bedrijfstak afspraken maken met betrekking tot inschakeling van jeugdige werklozen.
De provincie kan hierin een stimulerende rol hebben (o.a. via de SEON) door middel van financiering uit het Fonds Economische Ontwikkeling.

Optie 20:  Stichting Bedrijf- & Vakopleidingen Noord-Holland
Gedeputeerde Staten nemen het initiatief, bijvoorbeeld in Seon-verband, tot het onderzoeken van de mogelijkheden om, binnen de CAO, voor jongeren een opleidings- & baneninstituut op te richten naar Limburgs voorbeeld.
Daarbij kan het gaan om opleidingen die niet-regionaal georganiseerd kunnen worden.

Optie 21:  Projecten voor jongeren volgens het Gildenprincipe
De provincie neemt het initiatief, een provinciaal netwerk van Gildenprojecten op te zetten.
Door inschakeling van mensen die hun sporen in een bepaalde bedrijfstak hebben verdiend of daarin nog werkzaam zijn maar “uitgeleend” kunnen worden, kan de begeleiding van jongeren in projecten met succes worden vormgegeven.
De leer-/onderwijscomponent kan inhoud krijgen door afspraken met het reguliere onderwijs over instapmogelijkheden, korte cursussen, enz.
Op deze wijze kunnen ook meisjes gestimuleerd worden tot grotere participatie in oorspronkelijke "mannenberoepen".

Optie 22:  Provinciale projectenbank
Een van de beleidspunten in het
provinciaal economisch beleidsplan, PEB’84, is het opzetten van een provinciale projecten- & initiatievenbank ten behoeve van derden.
Dit punt is nog niet in uitvoering genomen, maar wel zeer waardevol.
Door het coördineren van de diverse projecten op een centrale plaats kunnen begeleiding, scholing
, doorstroming, onderlinge projectuitwisseling effectiever worden en efficiënter worden aangepakt.

Doordat alle informatie op een centraal punt beschikbaar is, kan veel dubbel werk worden voorkomen.
Ook informatie en deskundigheid van provinciaal werkende organisaties zou zo benut kunnen worden. Daarbij valt te denken aan de SBNH, Bureau Bedijfscontacten, Vereniging Voorwerk, COA Noord Holland, Servicebureau, SOEN, Raad voor Jeugdbeleid, PBVE, Districtsbureau Arbeidsvoorziening, enz.

Optie 23:  Specifieke voorwaarden ter bevordering van de deelname aan projecten voor jongeren uit etnische groeperingen
Net als het merendeel van de Nederlandse werkende jongeren, willen jongeren uit etnische groeperingen het liefste een betaalde baan. Ter voorbereiding hierop kunnen werk- en/of leerprojecten een kwalificerende functie hebben.
De specifieke voorwaarden voor jongeren uit etnische groeperingen hebben betrekking op de beroepskwalificatie, leiding en begeleiding, kinderopvangmogelijkheden, locatie- & informatietoegankelijkheid.

Optie 24:  Informatieverspreiding Jeugd-Werk-Garantieplan (JWG)
Gelet op het grote aantal gemeenten in Noord-Holland zonder ervaringen met het JWG, is het zinvol, ruim voorafgaand aan de invoeringsdatum een gedegen informatiestroom op gang te brengen.
Gedacht kan worden aan werkconferenties of aan regionale voorlichtings
-bijeenkomsten.
Daarnaast moet er materiaal onder uitvoerenden verspreid worden. Nadere contacten met het ministerie van Sociale Zaken zijn gewenst.

Optie 25:  Coördinatie bestaande gegevensverzameling en informatieverspreiding: Centraal Informatiepunt
Het in kaart brengen van de initiatieven en activiteiten op het gebied van de werkgelegenheid
voor jeugdigen kan leiden tot een vruchtbare en effectieve samenwerking. Gedoeld wordt op het projectmatig zorgen voor een adequate uitwisseling en verspreiding van informatie, zoals vermeld door o.a. COA, Kamer van Koophandel, PPD, Raad voor Jeugdbeleid, SBNH, SOEN, Voorwerk, SEON, voor zowel onderling gebruik, alsook ten behoeve van organisaties in de sociaal-culturele en onderwijs-sector alsmede de uiteindelijk belanghebbende: jongeren zelf.

Optie 26:  Bestuurszetel voor de Provincie in de RBA's
De provincie dringt aan op een zetel in de nieuwe regionale structuur voor de arbeidsbemiddeling
.

 

Opties Hoofdstuk 5.1:

 Welzijn Algemeen

Optie 27:  Systematisering begrotingsparagrafen
De kosten voor uitvoeringsbeleid, worden aan de hand van de functies "Apparaatskosten", "Advisering", "Onderzoek", "Ondersteuning", "Uitvoerend werk", "Stimulering/Innovatie", "Voorlichting/Participatie", in de (sub) paragrafen wel-onderscheiden geraamd.
Daardoor kan de begroting inzichtelijker gemaakt worden, waardoor zowel beleids-evaluatie & - effectiviteit en prioriteitsstelling, alswel inspraak & participatie worden bevorderd.

Opties Hoofdstuk 5.2:
Jeugd- & Jongerenwerk

Optie 28:  Regionaal jeugdbeleid en regionale steunvoorziening
De provincie stimuleert gemeentelijke overheden tot participatie in en medeverantwoordelijkheid voor de regionale steunvoorziening door decentralisatie van een deel van de middelen naar lokaal of regionaal niveau en het op provinciaal
-regionaal niveau beschikbaar stellen van een expertfunctie voor regionaal jeugdbeleid.

Optie 29:  Advies "Klampen en kikkers" in kader Welzijnsnota
Alvorens tot besluitvorming rond de regionalisatie van de steunvoorzieningen in het kader van de vast te stellen nota Welzijn 1988 over te gaan, wordt het door de Raad uitgebrachte advies over de steunvoorziening voor het J&JW politiek behandeld. Daarbij kan worden overwogen, of de regionaliseringsgedachte
moet aansluiten bij de WGR- dan wel de RBA-regio's. (Zie toelichting Optie 26).

Optie 30:  Versterking zelforganisatie bovenlokaal jongerenwerk
De regionale steunvoorziening voor het J&JW zou een platformfunctie kunnen ontwikkelen voor de door de jongeren zelf georganiseerde vrijetijdsinitiatieven om het aanbod van deze vrijwilligersclubs meer regionale bekendheid te geven en de continuïteit te versterken.

Optie 31:  Jeugdopbouwwerkcomponent in regionale steunvoorziening
In de ontwikkeling van een regionaal ondersteuningsnetwerk voor het J&JW wordt een jeugdopbouwwerk-component ingebouwd in het kader van "nieuw beleid."
Hierdoor wordt de maatschappelijke participatie en betrokkenheid van jongeren bij het overheidsbeleid bevorderd.

Optie 32:  Regiorapportage, stimuleringsinstrument jeugdbeleid
De provincie stimuleert de WGR-regio's, jeugdspecifieke, sociale regiorapportages te ontwikkelen ter ondersteuning van de regionale steunvoorziening.

Optie 33:  Accommodatiefonds als stimuleringsinstrument
Een discussie over de handhaving, doel en reikwijdte van het Fonds Jeugd Accommodaties dient gevoerd te worden in het kader van de stimuleringsfunctie die dat fonds heeft op het terrein van jeugdbeleid.

Optie 34:  Stimuleringsbeleid met twee aspecten
De provincie onderkent in het stimuleringsbeleid ten aanzien van jeugd twee aspecten:

  1. Het stimuleren van activiteiten gericht op de jeugd zelf met het oogmerk:
    ontplooiing, emancipatie, bewustwording, en participatie.
  2. Het stimuleren van beleidsvernieuwende activiteiten, die samenhang tussen voorzieningen onderling, de politiek en de participatie van de jeugd bevorderen.

Optie 35:  Onderscheid uitvoeringsbudget en Facetbeleidbudget
Budgetten voor jeugd-uitvoeringsbeleid zoals jeugdwerk en activiteiten voor sociaal-culturele en -educatieve ontplooiing, jeugdhulpverlening & -gezondheidszorg worden binnen Hoofdstuk Welzijn geraamd.
Budgetten voor jeugd-facetbeleid worden geplaatst onder het regiem van de Dienst Centrale Ondersteuning.

Opties Hoofdstuk
5.3. Onderwijs

Optie 36:  Verruiming toepassing krediet voor incidenteel toe te kennen subsidies op het Onderwijsterrein
Het krediet wordt ook beschikbaar gesteld voor kadertraining, gericht op verbetering van de medezeggenschap van leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Optie 37:  Evaluatie criteria & procedure studiekostenregeling
De provincie stelt een onderzoek in naar de efficiëntie van de procedure rond de toekenning van een
studietoelage en de daaraan gekoppelde criteria, in relatie met de effectiviteit van zowel de procedure alswel de beschikbare bedragen.

Optie 38:  Verbreding reikwijdte studietoelageregeling
De provincie start een experiment waarin de subsidiabele opleidingen worden verbreed ten behoeve van
aanvragen voor onderwijs- & arbeidsmarkttoeleidende cursussen in bijvoorbeeld het sociaal-cultureel werk.

Optie 39:  Instandhouding onafhankelijke onderwijsadvisering
De provincie houdt een onafhankelijke adviesfunctie met betrekking tot haar onderwijsbeleid in stand.

Optie 40:  Onderwijsgids
De provincie stimuleert gemeenten in regionaal verband, jaarlijks een scholenboekje samen te stellen en te verspreiden onder alle voorzieningen die werken met jeugd en jongeren.

Optie 41:  Aanstelling provinciale consulent Schoolverlaters Voortgezet Speciaal Onderwijs
Door het opzetten van een werkenbestand binnen de provinciale diensten, bedrijven en administratie kan, in samenwerking met de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs, een aanbod voor schoolverlaters ontwikkeld worden.
Met gemeenten kunnen afspraken gemaakt worden
over de invulling van JeugdWerkGarantie-plaatsen voor deze groep werkzoekenden.
Het is mogelijk, in navolging van bijvoorbeeld de provincies Overijssel en Zuid-Holland, voor deze intensieve bemiddeling een consulent aan te stellen.

 

Opties Hoofdstuk 5.4:
Jeugdhulpverlening

Optie 42:  Onderzoek positie gebruikers instellingen
De provincie stelt een onderzoek in naar de positie van jongeren in (semi-)residentiële instellingen. Er wordt daarbij niet alleen aandacht besteed aan het klachtrecht; ook de inspraakmogelijkheden op grond van de democratiseringsgedachten. zoals door de provincie gewenst binnen beleids- & welzijnsvoorzieningen, worden daarbij betrokken.

Optie 43:  Onafhankelijke advisering jeugdhulpverlening
De provincie bezint zich op de wijze waarop onafhankelijke advisering bij de inwerkingtreding van de Wet op de Jeugdhulpverlening het beste kan worden georganiseerd.

Optie 44:  Stimulering vindplaatsgericht werken
Uit het oogpunt van preventie en bevordering van samenhangend jeugdbeleid volgt de provincie nauwgezet de ontwikkelingen binnen het zogenaamde "vindplaatsgerichte werken" in de jeugdhulpverlening.
Deze vorm van hulpverlening word in West-Friesland en Uitgeest ontwikkeld.
Bij gebleken succes s
timuleert de provincie deze vorm van hulpverlening ook elders in de provincie.

Optie 45:  Onderzoek gevolgen verlaging minderjarigheidgrens
De provincie neemt in IPO-verband
(interprovinciaal overleg) het initiatief tot onderzoek naar de gevolgen die de groep jongeren van 19 tot 21 jaar hebben ondervonden van de verlaging van de meerderjarigheids-grens van 21 naar 18 jaar op 1 januari 1988.

Opties Hoofdstuk 5.5: 
Kunst, Cultuur & Jeugdcultuur
 

Optie 46:  Jeugdcultuurbeleid
De provincie ontwikkelt, als uitwerking van het Actieplan Jeugdbeleid, een plan waarin de bevordering van de actieve en passieve cultuurparticipatie van jeugd en jongeren beschreven staat.
Dit plan geeft een visie op jeugdcultuurbeleid, de intersectorale aspecten; geeft aan met welke instrumenten en middelen het beleid uitgevoerd wordt en hoe de evaluatie zal plaatsvinden.

Optie 47:  Jeugddeskundigheid in culturele adviespraktijk
De provincie bewaakt de kwaliteit van het Jeugdcul
tuurbeleid niet alleen op artistieke gronden, maar betrekt ook onafhankelijke advisering vanuit een jeugdperspectief bij het beleid.
Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld de Raad voor Jeugdbeleid een adviserende plaats in de Culturele Raad te geven.

Optie 48:  Experiment Plug t.b.v. LBO-leerlingen
De provincie ontwikkelt, in samenwerking met de Werkgroep CJP, een experiment waarbij alle LBO-leerlingen het blad PLUG tijdelijk gratis ontvangen ter bevordering van aanschaf en gebruik van het CJP.

Optie 49:  Regionale Scholierenfestivals en jeugdcultuurprijs
De provincie stimuleert de regionale/provinciale scholierenfestivals en koppelt daaraan een tweejaarlijkse jeugdcultuurprijs.

Optie 50:  Instandhouding subsidie-regeling Eigentijdse Muziek
De provincie handhaaft de subsidieregeling op het huidige niveau en ontwikkelt tegelijkertijd een evaluatiemodel waarin de doelstellingen van de regeling onder meer worden getoetst aan het bereik ten aanzien van jongens & meisjes en naar geografische & sociale spreiding.

Optie 51:  Musea toegankelijk en begrijpelijk voor kinderen
De provincie stimuleert de ontwikkeling van een pakket kindvriendelijke museumeisen. De regionale functionarissen dragen zorg voor de verspreiding ervan en toetsen de mus
eale activiteiten daarop.

Optie 52:  Samenhang functies museumconsulent en kunstzinnige vorming
De provincie bevordert de afstemming tussen de regionale educatieve museumfunctionarissen en de in te richten regio-platforms voor de kunstzinnige vorming.

Optie 53:  Samenhang tussen de regionale platforms voor kunstzinnige vorming en het jeugd- & jongerenwerk
De provincie ziet toe op de afstemming tussen de regionale platforms voor kunstzinnige vorming (KV) en de regionale steunfunctie-structuur voor het jeugd- & jongerenwerk (J&JW).

Optie 54:  Samenhang regioplatforms AK, KV, en J&JW
De provincie ziet toe op de afstemming tussen de regionale verzorgingsstructuur amateuristische kunstbeoefening en de regionale platforms voor KV en het J&JW.

Optie 55:  Regionaal cultuur-budget voor jongeren
De provincie onderzoekt de mogelijkheden van een regionaal "vrij"
. voorwaardenscheppend budget om culturele producties en initiatieven van jongeren tot stand te kunnen laten komen.
(eigen video-, theater-, film-, muziek-produkties, scholierenfestivals)

Optie 56:  Structuurvisie Noord-Holland 2015
In aanvulling op de Raamnotitie en als uitwerking voor de Structuurvisie worden ruimtelijke normeringen ontwikkeld
, die recht doen aan voor jeugd en jongeren relevante basiskwaliteiten voor het ruimtelijk milieu.
In het bijzonder gaat het om de aspecten ruimte- & voorzieningengebruik, speelmogelijkheden en huisvesting.

 

Opties Hoofdstuk 6:

Wonen, Leefomgeving & Ruimtegebruik

 

Optie 57:  Jeugdigen als structurele onderzoekscategorie
In samenwerking met de P
rovinciale Planologische Dienst (PPD) worden regionale jeugdscenario's ontwikkeld. Een scenario geeft een kwantitatief en kwalitatief inzicht in de leefmilieus voor jeugd en jongeren.
Zie ook opties 15 en 31.

Optie 58:  Streekplannen en "Zwakkere Ruimtegebruikers"
De provincie stelt een permanente Werkgroep Zwakkere Ruimtegebruikers in.
In deze werkgroep hebben vertegenwoordig(st)ers van dergelijke ruimtegebruikers zitting. De werkgroep volgt actief de streekplanherziening en voorziet deze van commentaar en eventuele alternatieven.

Optie 59:  Jeugdbeleiddeskundige in P.P.C.
Aan de Provinciaal Planologische Commissie (PPC) c.q. de Subcommissie Gemeentelijke Plannen, wordt een jeugdbeleiddeskundige toegevoegd.

Optie 60:  Bestemmingsplantoetsing en jongerenhuisvesting
GS toetsen gemeentelijke bestemmingsplannen op mogelijkheden voor huisvesting van jongeren. Gemeenten worden op dit toetsingsaspect geattendeerd in de bestaande vooroverleg-situaties.

Optie 61:  Bestemmingsplantoetsing en speelruimte
GS toetsen gemeentelijke bestemmingsplannen op voldoende speelruimte.
Gemeenten worden hierop geattendeerd in het bestaande voor-overleg.

Optie 62:  Woningbouw en woonbehoefte-onderzoek onder jongeren
Woningbouwplanning, -programmering en woningbehoefte-onderzoek onder jongeren moeten beleidsmatig en organisatorisch op elkaar worden afgestemd.

Optie 63:  Regionale principe-taakstelling jongerenhuisvesting
Op grond van de woningbehoefte-inzichten wordt door de provincie per regionale taakstelling een principe voorstel gemaakt voor te reserveren contingenten voor jongeren. Deze voorstellen worden in bespreking gebracht bij de RVC's.
Afwijkingen dienen beargumenteerd plaats te vinden.

Optie 64:  Woningwensen jongeren uit etnische groeperingen
De provincie draagt zorg voor afhandeling en verwerking van de conclusies uit het onderzoek in het woonbouwplannings- & programmeringsproces.

Optie 65:  Evaluatieonderzoek stads- & dorpsvernieuwing
Uit het Stimuleringsfonds Stads- en Dorpsvernieuwing wordt een evaluatieonderzoek gefinancierd waarin de effecten van S&DV
-projecten worden getoetst aan criteria voor de leefkwaliteit van diverse bevolkingsgroepen, waaronder kinderen en jongeren.

Optie 66:  Integrale planbeoordeling stads- en dorpsvernieuwing
Toetsing van gemeentelijke S&DV-plannen dient tevens plaats te vinden ten aanzien van mogelijkheden voor jongerenhuisvesting en speelruimte.

Optie 67:  Algemeen Welzijn, Ruimtelijke Ordening & Jeugdbeleid
De provincie kent een hogere prioriteit toe aan het Intersectorale project Algemeen Welzijn en Ruimtelijke Ordening.

 

Opties Hoofdstuk 7:

Verkeer & Vervoer

Optie 68:  Promillage alcohol in het verkeer op '0'
De provincie dringt er bij de minister van justitie op aan
, het wettelijk toegestane alcoholpromillage in het verkeer terug te brengen naar '0'.

Optie 69:  Provinciale steun bij de ontwikkeling van regionale vervoersexperimenten
Vanuit de nieuwe taken van de provincie met betrekking tot het openbaar en taxivervoer stimuleert de provincie op regionaal niveau experimenten voor nachtelijk vervoer.
Daartoe kunnen afspraken met taxicentrales worden gemaakt met betrekking tot de beschikbaarheid van busjes rond sluitingstijd van uitgangscentra.
Ook kunnen Openbaarvervoermaatschappijen een nachtelijke dienstregeling uitproberen.
Om de mogelijkheden op een rij te zetten, verzamelt de provincie alle plannen en experimenten op dit terrein (o.a. in Den Haag, Friesland, Drenthe, Limburg) en wordt samenwerking gezocht met Veilig Verkeer Nederland.

Optie 70:  Onderzoek naar het vervoerspatroon van meisjes
Van jongens is bekend dat zij veel drinken en vaak met eigen vervoer
van & naar huis gaan. Bij meisjes ligt dat anders. Uit onderzoek blijkt dat van meisjes niet verwacht wordt dat zij drinken; ouders onderschatten hun drankgebruik nogal.
Naar opgave van meisjes zelf drinken zij wel alcohol, weliswaar minder veel
dan jongens.
Tegelijkertijd halen steeds meer meisjes een rijbewijs en is de mogelijkheid dat ook zij met een auto van & naar huis gaan groot, met alle risico's van dien.
Onderzoek naar de wijze waarop meisjes reizen, moet hierin nader inzicht geven.

Optie 71:  Onderzoek naar de effecten van een veranderend alcohol-, verkeers- & informatiebeleid
In toenemende mate gaan politie en justitie er toe over, eventueel drankgebruik bij ongelukken bekend te maken. Zo wordt er in de West-Friese pers intensief gerapporteerd over het alcoholbeleid in de gemeenten en is de berichtgeving over ongelukken waarbij alcohol in het spel is, geïntensiveerd.
In de Kop van Noord Holland neemt de politie sneller het rijbewijs is beslag dan voorheen.
Dit zijn enkele voorbeelden van wijzigingen in het beleid die alcoholmisbruik o.a. in het verkeer moeten tegengaan. In de genoemde recherche zijn ook een aantal onduidelijkheden met betrekking tot registratie van verkeersongevallen en de rol van bijvoorbeeld lijkschouwers naar boven gekomen.
In het kader van het verkeeronderzoek- & verkeerstudiebeleid participeert de provincie in aanvullend onderzoek naar effecten van wijzigingen in het alcohol/verkeerbeleid.

Optie 72:  Jeugd en jongeren in het project Regionalisatie Verkeersveiligheid
Door deelname aan het project Regionalisatie Verkeersveiligheid willen Gedeputeerde Staten de veiligheid in de provincie bevorderen.
In dit regionaal orgaan zitten vertegenwoordigers van diverse overheidsniveaus en van organisaties die binnen de provincie actieve invloed op de bestrijding van de verkeersonveiligheid hebben.
De Raad stelt voor, ten behoeve van de categoriale organisaties plaatsen in het orgaan te reserveren. In het geval van de verkeersveiligheid van jeugd en jongeren zou de Raad in staat zijn, zo'n plaats in te nemen en een bijdrage aan projecten van het orgaan te leveren.

 

 

''Plan Sociaal Cultureel Werk & Emancipatie Werk"
(
1983 - 1989)
Provincie Noord - Holland

blz. 48:

"Jeugdbeleid wordt vaak vertaald in voorzieningen- en instellingsbeleid.  Jeugdbeleid is méér dan dat.”

“De positie van jongeren in de samenleving vraagt om bijzondere aandacht, niet in de laatste plaats vanwege hun afhankelijkheid op emotioneel, materieel en juridisch gebied.
Deze afhankelijkheid staat op gespannen voet met hun toenemende behoefte aan zelfstandigheid in de ontwikkeling naar volwassen mensen. Jeugd en jongeren van nu zijn de volwassenen van straks. Zij zullen dus verantwoordelijk zijn voor de samenleving van de toekomst.
De samenleving van nu draagt daarvoor een grote verantwoordelijkheid; zij zal ervoor moeten zorgen dat de jongeren-van-nu in de toekomst ook inderdaad verantwoordelijk kunnen en willen zijn voor de samenleving van dat moment.”

“Jeugdvraagstukken zijn in vele opzichten verweven met algemeen maatschappelijke vraagstukken.”

“Alle facetten van provinciaal beleid hebben dan ook met de jeugd te maken en de jeugd heeft, zij het vaak indirect, met provinciaal beleid te maken. Dit maakt jeugdbeleid tot zogenaamd facetbeleid.
Dit betekent dat met de belangen van de jeugd in alle onderdelen van het provinciaal beleid rekening dient te worden gehouden.”

 

Blz. 52:

"Het provinciaal bestuur ziet jeugdbeleid als het geheel van maatregelen en activiteiten, die bedoeld zijn om de jeugd die middelen te verschaffen die ze nodig heeft voor de eigen ontplooiing èn voor het leveren van een eigen bijdrage aan de ontwikkeling en vernieuwing van de maatschappij.”

''Het provinciaal bestuur kan de door de adviescommissie geformuleerde doeleinden voor een provinciaal jeugdbeleid dan ook onderschrijven.

  1. Jeugdwerkbeleid dient inherent te zijn aan jeugdbeleid, dat zelf een wezenlijk onderdeel moet uitmaken van het algemeen welzijnsbeleid
     
  2. Jeugdbeleid dient gebaseerd te zijn op de integratie van, en het bevorderen van samenhang tussen, enerzijds de diverse voorzieningen voor jeugdigen zoals peuterwerk, onderwijs, jeugdhulpverlening, jongerenhuisvesting, jeugdwerk, sport en recreatie en anderzijds de algemene welzijnsvoorzieningen.
    Tevens dient het jeugdbeleid in verband gezet te worden met de beleidssectoren voor werkgelegenheid, defensie, economische zaken, enz.
     
  3. Het beleid moet uitgaan van:

    - de gelijkwaardigheid van jeugd en jongeren ten opzichte van ouderen, wat inhoudt
        a. gelijke rechten op de verworvenheden van de samenleving.
        b. ruimte voor maatschappelijke en politieke participatie door o.a. effectieve inspraakmogelijkheden.
        c. opheffing van factoren die de ontplooiïng van jeugd en jongeren belemmeren (jeugdemancipatie)
    - het recht van de jeugd op een eigen beleving van het maatschappelijk gebeuren;
    - het serieus nemen van de signalen uit de jeugd"

 

 

Argumenten voor jeugdbeleid

Jeugd is niet alleen een beleid waard om
de waarden & normen,
het erfgoed der vaderen, veilig te stellen
(het paternalistisch argument
)

Of vanwege de specifieke problemen
waarmee ze wordt geconfronteerd
(het maternalistisch argument)

Of vanwege de specifieke problemen
waarmee ze
de samenleving confronteert
(het repressiviteitsargument
:)

Of om te waarborgen dat de jeugd van nu
later zorgzaam is voor de ouden
(het prestatieve argument)

Maar vooral omdat jeugd & jongeren,
 mondiger dan ooit,
het recht hebben om gehoord te worden en mee te doen.
(het solidariteitsargument)

 

multiple choice & de muliticulturele samenleving

quest for younger policy


manhattan project 3.01

renergetic copyright   
1998    nl  3022 bl 54  last update: 01-06-2020
 
disclaimer