gmlogo_small.gif (1577 bytes) # tmlib/~aga in usa

 

93-01-18, rotterdam

 

EEN GEKERSTEND ONGELUK.

Onder de titel "een schitterend ongeluk" riep Wim Kayser de vraag op, wat op de drempel van het derde millennium het menselijk denken gewrocht heeft om van daar uit zich af te vragen, waar "het" toe leidt. 
De suprematie van de gemanipuleerde westerling uitte zich in een vrezend engagement. Mogelijk dat onze uitspraak aan achterdocht kan worden toegeschreven, maar het plaatsen van het menselijk denken op
"de drempel van het jaar 2000" roept nu eenmaal vragen op.

Het christendom lijkt het "westerse" denken zodanig in zijn greep te hebben, dat allerwegen aandacht gaat ontstaan voor het overschrijden van de 20ste eeuw. 
Alsof de mens slechts tweeduizend jaar bestaat, al het denken sindsdien ontstaan is en er mondiaal dus iets bijzonders aan de hand zou zijn.
 
Natuurlijk, het christendom heeft in zijn geschiedenis wapenfeiten op velerlei gebied. Maar het is bepaald geen nieuw denken op zich.

Integendeel: dat, waarin het denken van diegene wiens geboortedag achteraf tot het jaar 0 leidde, zich onderscheidde van delen van het denken waartegen hij zich afzette, was tijdens zijn leven soms al twijfelachtig voor zijn leerlingen en omstreeks 300 jaar na zijn geboortedag alweer grotendeels geëlimineerd uit de instituten, die zich erop beroepen de erfopvolger, beschermer en bijzondere interpretator te zijn van het gedachtegoed van hun "stichter". 
Met de overname van de positie Pontifex Maximus te Rome was er van de essentie van het christus-domein al
weinig meer over.
Omstreeks het jaar duizend werden mensen die de essentie van zijn leer te veel nadruk gaven zelfs op de brandstapel gezet en tot in deze eeuw werd wapentuig gezegend in de naam van degene die weliswaar zei, aan zijn familie geen bijzondere verplichtingen te hebben, doch het zwaard opheffen tegen mensen met vijandige bedoelingen ernstig afkeurde.

Het is dus maar zeer de vraag, of we in die zin zo nadrukkelijk moeten stilstaan bij wat "de eerste twee millennia" ons gebracht hebben. Daarmee wordt teveel gesuggereerd, dat de mens pas vanaf het christendom mens is. 
Dat is een te gemakkelijk voorbij gaan aan of zelfs een belediging van alle andere culturen, die misschien hun jaartelling dan niet meer op hun grootheid baseren, doch die minstens evenveel hebben bijgedragen aan het menselijk denken, zoniet moeder of broeder van het westerse denken zijn.
Het christendom zou daarentegen gezien kunnen worden als de bakermat van discriminatie. 
Grieken spraken van "barbaren" als mensen onbegrijpelijke taal spraken. 
De westerse cultuur, doordrenkt van het christendom heeft er een negatieve lading aan gegeven. Barbaren zijn wilden geworden. Daar zal ongetwijfeld de bekeringsdrang, met kruis & zwaard of met spiegeltjes & kralen -ook daar is wel iets over te zeggen-, toe hebben bijgedragen.


Er zal vaak en veel aandacht gegeven moeten worden aan de stand van zaken, voor wat betreft de ontwikkelingen van het menselijk denken, zodat het perspectief voor de mensheid zuiverder wordt.

Het christendom is bepaald niet die stimulator geweest, die de oudtestamentische vader van zijn stichter, geadviseerd of geboden heeft: Onderzoekt alles.
Het heeft eerder als rem gewerkt. Misschien, misschien niet zo rigide als Suleimon beargumenteerde, dat één boek voldoende was en alle andere óf overbodig óf tegenstrijdig en dus verwerpelijk, maar impliciet is dit standpunt wel te vinden in de verwerping van wetenschappelijke inzichten die niet direct konden of kunnen worden geïnterpreteerd als vergroting van Gods luister. 

Het feit dat onze jaartelling is gebaseerd op de geboorte van een mens, zo niet onbijzonder, dan toch met vele gelijken (althans naar zijn eigen woord, al was hij nieuwsgierig naar wat de mensen over hem zeiden) mag niet verward worden met gedenken wat de mens zich heeft eigen gemaakt in die
tweeduizend jaar. 
Als die datum al symposia, herdenkingen of
mediaprogramma´s rechtvaardigt, dan ware het beter, de verworvenheden van het menselijk denken eens te richten op wat christendom aan ruis in dat denken heeft ingebracht. De ruis waar veel westerlingen, godsdienstig of niet, geen besef van hebben. 

De westerling draagt onbewust de idee met zich mee, dat de mens pas tweeduizend jaar bestaat, al is hij archeoloog of historicus. In zijn wetenschappelijk referentiekader zit christendom-ruis. De doorsnee westerling heeft nog nauwelijks authentiek besef, daarin onderscheidt hij zich niet.
De christen zou zich daarnaast moeten realiseren, evenals volgers van andere geopenbaarde leerstellingen, dat als zijn voorouders geen angst zouden hebben gekend en geen fantasie om die te bestrijden, er geen openbaring zou zijn geweest van een reddings-religie. 
Het is de angst voor het onverklaarbare, waaronder de dreiging van de dood, die geloof deed ontstaan. 
Op zich hoeft dat geen afbreuk te doen aan mogelijk zeer waardevolle aspecten van de diverse geloofsovertuigingen die de wereld rijk is. Maar de mensheid nadert het scharnierpunt (
het klinkt niet bijster orgineel, omdat menige generatie een hinge of history beleefd zegt te hebben), dat de angst voor het onverklaarbare overwonnen kan geraken. 
Voor wie dat geloven, breekt een moeilijke tijd aan. 
Wie dat begrijpen, zijn dat punt gepasseerd en kunnen hun fantasie vrijelijk inzetten voor de volgende ronde: het geloof in de toekomst. 
Het geloof van het verleden is door begrijpen achterhaald. De carrosserie was al verouderd, maar ook de drijvende kracht voldoet niet meer.

Het is verleidelijk, je onder hen te rekenen die begrijpen, maar het is evenzeer gevaarlijk, zolang dat op basis van angst of "een openbaring" gebeurt. 
Dat is het probleem van Wim Kayser, die een schitterend geluk kerstent, niet alleen door het te plaatsen tegen een naderend nieuw
millennium, maar ook door soms irritant lang door te vragen over dilemma´s, die voortkomen uit zijn angst voor of de bias van het christendom, zonder die als zodanig te herkennen.

Hij liet daardoor teveel liggen van de verworvenheden van het menselijk denken dat is gebaseerd op ruwweg vier miljoen jaar mensachtigheid, 100.000 jaar menselijkheid en een wereldverkenning van zo'n 10.000 jaar.
Daardoor ontstond geen reëel perspectief voor de tijd die de mensheid nog te gaan heeft in de kwaliteit van de laatste twee
millennia.
Een onvoorziene kosmische catastrofe buiten beschouwing gelaten, is het niet onaannemelijk, dat we "halverwege" ons bestaan zijn, mits we zorgvuldig met de aardse biosfeer omgaan.

Alleen de mensheid is in staat de natuurlijk resterende tijd (de door god gegeven tijd) drastisch in te korten. 
Of dan nog kan worden gesproken over "een schitterend ongeluk"... 
Zolang nog wordt stilgestaan bij het resultaat van 2000 jaar denken en de westerling gemakshalve suggereert, dat hij daar mondiaal de standaard voor stelt, valt daarvoor te vrezen. 
Rentmeesterschap kan soms heel enge vormen aannemen.

De religieuze standaard, noch de wetenschappelijke of de politieke standaard van het westen zijn daar op zich degelijk genoeg voor, gelijk de vigerende standaarden van de overige windstreken.
In theorie zouden ze een heel eind komen, maar op al deze gebieden zijn er mondiaal te sterk conflicterende belangen, die zijn voortgekomen uit culturele verschillen van een ver verleden. 
Colo- & Cola-nisering hebben daar nog te weinig grip op kunnen krijgen. 
Een gelukkige bijkomstigheid van een overigens zeer schitterend "ongeluk", dat millennia eerder begonnen is.


 

cascadische versnellingen 

lapsarian, homo eu 

global younger policy