NOORDWIJKERHOUT

De bevolking en haar ontspanning in 1966
scriptie pedagogische academie vak: cultuur & maatschappij

Waarom een scriptie over Noordwijkerhout?

Wel…., omdat dit dorp je niet
meer loslaat als je er bent opgegroeid.

Om misvattingen te voorkomen:
Als er sprake is van Noordwijkerhouters,
worden
Noordwijkerhouters-in-bijzondere-zin
bedoeld.
Is dit niet het geval,
dan is de context duidelijk genoeg.
Daar herkent u zichzelf wellicht.
 

Opbouw Scriptie

1: Demografische aspecten

Leeftijdsopbouw

Economische structuur

Bedrijfstakken & Beroepen

Het gezinsleven


2: De vrijetijdsbesteding

vrije tijd en verenigingsleven


de Dorpsstraat rond 1900.
Rechts de hoefsmid van wagenmakerij Roodenburg daarnaast
het pand van de familie Schouten, schoenmakerij en muziekleraar,
verder richting centrum de familie Bemelman op de hoek Havenstraat,
met schilderswinkel, later drogisterij.
Op de achtergrond het Witte Kerkje met onder de bomen
in de verte Herberg 't Rechthuis
Links het pand van de familie Piek met textiel & naaigarnituur.

 

1. Demografische aspecten


Hoewel we weten, dat het dorp in 1834 ruim 400 inwoners telde,
is het jaar 1880 een pas goed uitgangspunt voor een analyse van de
bevolkingsgroei.

In dat jaar werd begonnen met een regelmatige en nauwkeurige administratie
van de gehele Nederlandse bevolking. Dus ook van de Noordwijkerhoutse,
die zich meer dan 2000 jaar geleden ontwikkelde vanuit
de Wieg der Kaninefaten.


Op 1 januari 1880 telde Noordwijkerhout 1500 inwoners.
In 1957 werd de tienduizendste ingeschreven.
Zoals op tabel 1 te zien is, is de groei van Noordwijkerhout groter dan
de gemiddelde groei van Nederland.
Ook komt die uit boven het streekgemiddelde.

Dit is te verklaren door de oprichting van enkele “gestichten”,
zoals ze in het dorp vanouds genoemd werden.

Het zijn:

Kostschool en Weeshuis “De Voorzienigheid”

Het Retraitehuis St. Clemens

De neutrale kostschool "'t Hoogt"

Vormingscentrum “De Vonk”

Psychiatrische Inrichting St. Bavo voor mannen

Psychiatrische Inrichting Sancta Maria voor vrouwen,
waarvan hoofdgebouw/administratie in Nordwijkerhout;
de paviljoens in Noordwijk lagen.

Kostschool/seminarie “De Leeuwenhorst”

 

tabel 1: bevolkingsgroei 1880 t/m 1960

 tabel 1.

bevolkingsgroei

nederland de bollenstreek nnoordwijkerhout


bron: ETI-rapport Noordwijkerhout



Tot 1895 verliep de bevolkingsgroei trager dan in de streek en in geheel Nederland.
Dit was te wijten aan een vertreksaldo dat meer dan 50% bedroeg
van de gehele natuurlijke aanwas. er was geen droog brood meer
te verdienen na "de grote afzanding" ingezet rond 1830
voor de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Leiden.

 

Na 1880 breekt er voor de gehele streek een periode aan van snelle groei.
Er ontstond een behoefte aan arbeidskrachten, vooral als gevolg van de uitbreiding
van de toentertijd nog arbeidsintensieve bollencultuur.

Deze behoefte nam in sneller tempo toe dan de aanwas van de bevolking.

Zo trad in deze periode in de gehele bollenstreek een vestigingsoverschot op
dat 30% bedroeg van de natuurlijke aanwas.
In Noordwijkerhout bedroeg dit cijfer zelfs 50%.


Van 1910 tot 1920 is er echter in de bollen/duinstreek
weer een vertraging merkbaar in het groeitempo.
In Noordwijkerhout breekt nu daarentegen een tijd aan van versnelling.
Dit komt voornamelijk door de stichting van enkele instituten.

In 1906 werd de neutrale kostschool “’t Hoogt” gesticht,
in 1910 het St. Clemens Retraitehuis, in 1914 de Psychiatrische Inrichting “St. Bavo”
en in 1918 het vormingscentrum “De Vonk.”

Van hoeveel invloed de oprichting in die jaren was, is niet meer na te gaan.

Het vestigingsoverschot overtrof in deze jaren echter het geboorte-overschot met 25%.
Ook de kostschool annex weeshuis, De Voorzienigheid, opgericht in 1865,
onderging in deze jaren enige uitbreiding.

Op 1 februari 1965 bedroeg het aantal mensen dat
door deze instituten staat ingeschreven in
de burgerlijke stand van Noordwijkerhout 1.653.
Het totaal aantal ingeschrevenen was 12.654.

Eerst in 1930 verloopt de groei weer evenredig aan de gehele streek.

Tijdens de laatste oorlogsjaren zien we op tabel 1 een daling.
Dit komt voornamelijk door de evacuatie van de bewoners van St. Bavo. naar Rotterdam,
"dat al gebombardeerd was.”
Ons dorp werd als onderdeel van de Atlantikwal
nog als kwetsbaar beschouwd.


Tabel 2:
Leeftijds-opbouw in procenten, ontleend aan het E.T.I. & Stuart.
  1920 1947 1960
leeftijd nwh nl nwh nl nwh nl
0-14 36,04 32,6 36,59 29,28 35,8 30,8
15-29         24,2 22,5
30-44 58,97 61,51 58,49 63,62 16,2 18,9
45-64         15,3 19,9
65+ 4,99 5,89 4,92 7,1 5,2 8


Leeftijdsopbouw.

Noordwijkerhout heeft een relatief jonge bevolking.
De leeftijdsklassen tot en met 29 jaar zijn sterk vertegenwoordigd.
Daarentegen zijn de oudere leeftijdsklassen minder sterk bezet.
Een opvallend verschijnsel is de grote stabiliteit in de verdeling van de bevolking
over de diverse leeftijdsklassen.
Uit bevolkingspiramiden bleek duidelijk, dat de opbouw
vanaf 1920 praktisch dezelfde is gebleven.
We zouden hier dus kunnen spreken van een structuurelement.

In de leeftijdsklassen tot en met 29 jaar blijkt ook nog een
zeer grote concentratie in de leeftijdsklassen tot 15 jaar.

Het gevolg hiervan voor de gemeente komt later nog ter sprake.

We zien dus dat,
terwijl het aantal kinderen beneden de 14 jaar in Nederland
relatief afneemt
en het aantal 65 jarigen en ouderen toeneemt,
er in Noordwijkerhout van dit verschijnsel géén sprake is.

 

De economische structuur.


In hoeverre neemt Noordwijkerhout productief deel aan
het economisch leven in Nederland?
Volgens de laatste gegevens oefent 33,6% van de totale
Noordwijkerhoutse bevolking een beroep uit.
In Nederland is dit 40,2%.
Men kan uit deze getallen de volgende conclusies trekken:

1.  Er zijn veel mensen die ouder zijn dan 65 jaar.
2.  Er zijn veel niet werkende jongeren.
3.  Er heerst veel werkeloosheid.


Ad 1: Het aantal mensen dat de pensioengerechtigde leeftijd
heeft bereikt, ligt relatief lager dan in geheel Nederland.
Bovendien ligt het percentage van de mensen die
nog werken op ruim 37%.
Voor Nederland daarentegen op 35%.

Ad 2: Voor de bevolking jonger dan 30 jaar oefent
van de mannen 41.8% en
van de vrouwen 76,5%
een beroep uit.
Voor Nederland zijn deze getallen
respectievelijk 32,5% en 61,3%.

Ad 3: De werkeloosheid draagt evenals in de hele Bollenstreek
het karakter van seizoenswerkeloosheid.
We vinden hier een winterwerkeloosheid.

Immers, vóór de winter moeten de bollen de grond in
 en daarna is er niet veel te doen.
’s Zomers daarentegen is er weer volop werk.

Zodoende vinden we hier in de winter veel mensen zonder werk
en ’s zomers een te verwaarlozen aantal.
Hiervoor verwijzen we naar tabel 3.

In 1964 waren er in januari 360 werklozen
en in juni 29 in de gehele bollenstreek!

We moeten dus in de drie bovenstaande punten geen verklaring
proberen te zoeken.
Na enig zoeken kwamen we tot de volgende twee conclusies:
 

1.--De grote concentratie in de leeftijdsklasse tot 15 jaar heeft tot gevolg,
dat het aantal personen in de productieve leeftijd
relatief veel lager is dan in Nederland.

2.-- De psychiatrische inrichting,
met ongeveer 800 volwassen patiënten,
verlaagt dit cijfer eveneens zeer sterk.



De andere instituten oefenen een nauwelijks merkbare invloed uit op
dit cijfer door hun gering aantal personen dat geen beroep uitoefent.

We kunnen nog wel de conclusie trekken dat
de Noordwijkerhoutse bevolking op relatief jeugdige leeftijd
begint te werken en hiermee in belangrijke mate nog doorgaat
na het overschrijden van wat algemeen als
pensioengerechtigde leeftijd wordt beschouwd.

tabel 3 werklozen per 1000 werkenden
  noordwijkerhout bollenstreek nederland
31-1-1933 229,3 246,2 200,3
31-7-1933 54 84,2 151
31-1-1938 182,5 190,6 186,2
31-7-1938 33,2 44,3 139,3
31-1-1953 53,2 52,5 45,1
31-7-1953 3 5,4 19,7
31-1-1957 23,2 18,2 9,6
31-7-1957 4,4 3,7 6,1


Economisch gezien is de ontwikkeling van Noordwijkerhout
zeer gezond te noemen.
De agrarische bedrijfstak is zich, zeker wat betreft de bollenteelt
gunstig aan het ontwikkelen,
het toeristische bedrijf gaat steeds sneller vooruit,
terwijl ook de industrie zich aan het uitbreiden is.

Gezien het ruimtegebrek in de Randstad is het echter niet denkbeeldig,
dat het voortbestaan van de bollenteelt in gevaar komt.
Immers, bij uitbreiding van de industrie zal er niet alleen grond
nodig zijn voor bedrijfsgebouwen.
Woningbouw zal nog meer grond opeisen,
wanneer de woonfunctie van de streek
zich sterk zou gaan ontwikkelen.
Ook de andere dorpen in de streek breiden sterk uit.

Daarnaast kan uitbreiding van de industrie
door wegzuiging van arbeidskrachten
de seizoensarbeidmarkt verstoren.



Indien we er van uitgaan dat goede bollengrond niet aan zijn huidige
bestemming mag worden onttrokken
- er is immers nergens in Nederland betere grond voor
bollen dan in de Bollenstreek, wordt gezegd -
dan zal de uitbreiding van inwoneraantal en niet-agrarische bestaansmiddelen
met overleg moeten geschieden.

Buiten de grond is er ook nog de waarde van de bloembollenexport.
In het exportseizoen 1963/64 was de totale waarde
van de bloembollenexport f 277.428.184,- (ruim 125 miljoen Euro)

Het aandeel van de gemeente Noordwijkerhout was hierin
3.27% oftewel: f 9.171.902,--. (bijna 4.167.000 Euro)
De waarde van landbouwgrond als "groene long" is nog niet berekend.



Tabel 4:
Beroepsbevolking naar bedrijfstak in % van totale Beroepsbevolking (1960).

  landbouw nijverheid handel-verkeer diensten
noordwijkerhout 35,1 22,3 16,3 26,3
bollenstreek 28 26,3 20,2 25,5
nederland 10,7 42,2 23,1 24

De beroepskeuze onderscheiden naar bedrijfstak.

Van alle bedrijfstakken verschaft de landbouw nog altijd de meeste werkgelegenheid.
Ruim 1/3 van de totale beroepsbevolking vindt werk in deze sector.

De land- & tuinbouw maakt bovendien het bestaan van een aantal
toelevering- en verwerkingsbedrijven mogelijk.
De verzorgende bedrijven (ambacht, verkeer, handel en diensten)
zijn eveneens voor een gedeelte afhankelijk van
de koopkracht van de agrarische beroepsgroep.

De dienstensector komt op de tweede plaats,
omdat het aantal vrouwen werkzaam in “huiselijke diensten” nog groot is.
(29% van de vrouwelijke beroepsbevolking) en
omdat "de Bavo” veel personen aantrekt in de genees- & verpleegkundige dienst.

Handel, Nijverheid en Verkeer zijn wat achtergebleven,
zowel in vergelijking met de streek als met het landelijk gemiddelde.


Tabel 5:
Gehuwden naar leeftijdsklassen in % van de totale Beroepsbevolking.(1960).

vrouwen 15-19 20-24 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49
nwh 0,1 28,6 68,3 82,6 85,6 84 84,4
nl 3,6 40,1 78,5 86,2 86,9 85,5 82,2
               
mannen 15-19 20-24 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49
nwh 0 9 43,6 82,2 89,6 92,5 93
nl 0,5 16,5 62,6 83,8 89,1 90,6 89,9

 

Het gezinsleven.


Bij het bestuderen van tabel 3 valt op,
dat er in Noordwijkerhout aanzienlijk later gehuwd wordt
dan in Nederland als geheel.
Dit verschijnsel van de hoge huwelijksleeftijd is door
Stuart en E.T.I.
voor de hele streek vastgesteld.

Eén van de oorzaken hiervan is de economische afhankelijkheid,
waarin de kinderen verkeren ten opzichte van hun ouders.
Voor een bollenkweker of veehouder betekenen zonen goedkope arbeid.
Als de zonen op een leeftijd van 20 jaar trouwen in plaats van wanneer ze 30 zijn,
verliest het bedrijf goedkope arbeid.

In veel arbeidersgezinnen is het al niet anders.
De kinderen dragen hun loon af
en krijgen daarvoor kost en inwoning.

Ouders met een eigen bedrijf kunnen hun kinderen er gemakkelijk toe brengen,
door ze te wijzen op de verdiensten
die zij (door hun inspanning-nu) later zullen plukken (door overname bedrijf).

Voor de ouders uit de arbeidersklasse is dit minder gemakkelijk.
Onder de zoons van landarbeiders, die in de industrie werken, vindt men dan ook
nog al wat jonge mensen met een opstandige mentaliteit.
Het verzet tegen het patriarchale ouderlijk gezag,
dat begonnen is met een verlangen naar economische zelfstandigheid,
keert zich later tegen de traditionele opvattingen van de ouders.

Als gevolg van het groot aantal kinderen in de kwekersgezinnen
en de schaarste aan grond
kunnen niet alle zonen een bedrijf krijgen.
Op verschillende manieren probeert men een oplossing te vinden voor deze moeilijkheid.
Soms leggen de zonen zich toe op de commerciële aspecten van het bedrijf.
Zij trekken dan als bollenreiziger naar het buitenland of beginnen
een aanverwant bedrijf als
bloemenopkoper, makelaar of koelhuiseigenaar.

Sommigen emigreren om in het buitenland een bollenbedrijf te beginnen.
Anderen gaan over naar niet-agrarische bedrijfstakken.
Dit laatste doet, vooral wanneer dat de industrie is,
dikwijls een acuut generatieconflict ontstaan.

De jonge mensen vervreemden door hun werkritme
van het agrarisch milieu met zijn seizoenswerkeloosheid.
Zij komen in aanraking met bewoners uit een andere streken,
die er vaak ideeën op na houden die afwijken van de Noordwijkerhoutse.

Belangrijk is ook, dat de vader van de zoons niet langer kan optreden als
de ervaren leider van het werk, die zijn kennis aan de jonge generatie overdraagt.
Er is een opkomende technische industrie.

 

2.  De vrijetijdsbesteding.


Het ontspanningsleven in Noordwijkerhout kenmerkt zich de laatste jaren
door regelmatig optredende aanpassings-crises.

Sociaal-economisch heeft de gemeente,
zoals we reeds gezien hebben,
een zeer snelle ontwikkeling doorgemaakt,

De culturele ontwikkeling heeft zich hierbij niet kunnen aanpassen.

We zouden kunnen spreken van een ‘cultural lag’, een cultuurhiaat.


De gemiddelde Noordwijkerhouter
verdient een goede boterham,
loopt er goed gekleed bij;
de behuizing staat over het algemeen op een behoorlijk peil,
maar het culturele niveau is laag.

Dit niveau kunnen we onder meer sonderen in
de plaatselijke bibliotheek annex kantoorboekwinkel.
De boekhandelaar vertelde, dat er in de winter,
als de bollenkwekers over veel vrije tijd beschikken,
meer kaartspellen dan boeken worden verkocht.

Ook het genre dat men leest is bijzonder illustratief.
De volwassenen lenen bij de bibliotheek,
die bijna 3.000 boeken in bruin kaftpapier met nummer op de rug omvat,
bij voorkeur detectives, wildwest stories en
kinderboeken (voor zichzelf, niet om vóór te lezen)

Voornamelijk de jeugd leest echter.
Slechts de kinderen die op de U.L.O. of H.B.S. zitten vragen
volgens de winkelier/boekuitlener
 “het betere soort literatuur”.

Ook de “Raad van Overleg”,
bestaande uit acht vertegenwoordigers van de katholieke arbeidersbond,
de middenstand en de land- & tuinbouwbond,
probeert de mensen cultureel gevoel bij te brengen,
door het organiseren van toneelavonden, lezingen etc.

Dit streven vinden we ook bij de Instuif, afdeling van de landelijke Instuif, die haar leden,
uitgaande van een film- & dansaanbod, tracht mee te nemen in een cultuurplan.
Hierbij moet echter wel worden opgemerkt,
dat de lezingen die hiertoe werden georganiseerd
door gebrek aan belangstelling werden omgezet in kaartavonden.

In de Ireneschool heeft men ook culturele avonden georganiseerd.
De belangstelling was echter te gering om door te gaan.
Het is een moeizaam proces en dat zal het voorlopig nog wel blijven.

Naast de kaartavonden wordt een groot deel van het ontspanningsleven in
Noordwijkerhout ingenomen door verenigingsactiviteiten.
Wij treffen hier een veelheid van verenigingen aan gelijk in heel Nederland.
En zoals het nu eenmaal ons volk kenmerkt, gaat het verenigingsleven ook hier
gepaard met een "neiging tot verbijzondering".


De verenigingen kunnen het beste worden ingedeeld naar
de aard van hun doelstellingen.
 

Zo komen we tot:


Verenigingen voor specifieke belangen:

“Vak- & Standorganisaties”
de K.L.T.B., de Katholieke en Christelijke Landarbeidersbond,
de K.A.B. de Katholieke Arbeiders
de K.W.J. de Katholieke Werkende Jongeren etc.
Dergelijke verenigingen zijn er veertien.

Ze hebben bijna allemaal een jaarlijkse vergadering met bal na,
maar houden bijeenkomsten in besloten verband.
Daar ze eigenlijk weinig of niets toevoegen aan het algemene
ontspanningsleven, blijven ze hier buiten beschouwing.



Sportverenigingen:

a. R.K. Sportvereniging G.I.O.S 297 leden

b. R.K. Voetbalvereniging St. Bavo (V.V.S.B.) 328 leden

c. R.K. Tafeltennisvereniging “Wilskracht” 34 leden


Deze sportverenigingen staan de laatste jaren echter onder één bestuur.



Verenigingen gericht op
gezelligheid en religieuze waarden.

Hier kunnen we onderscheiden

A: Jeugdverenigingen zoals:

Verkenners, padvinders, welpen, gidsen, kabouters,
knutsel- en hobbyvereniging.

Deze tellen gezamenlijk 284 leden.



B: Muziekverenigingen

Christelijke Muziekvereniging “Harpe Davids” 38 leden

R.K. Harmonie “St. Jeanne d’ Arc 63 leden

Zangvereniging “Concordia” 32 leden

R.K. Zangvereniging “Rokazano” 28 leden



C: De Oranjevereniging 523 leden
Is actief met de Vieringen van het Koningshuis.
Kinderspelen, Harddraverij, Kermis.
 

D: De Toneelverenigingen

Alle met een Rooms-Katholieke achtergrond,
verdeeld over de parochies:
R.K.T. “Meer vreugde” 27 leden
R.K.T. “Je amuseert je altijd”(JaJa) 25 leden
R.K.T. “Ontspanning door inspanning” (ODI) 32 leden


E: De Feestverenigingen

Carnavalsvereniging “De Kaninefaaten” 17 leden
met een eigen Boerenblaaskapel.
Organiseert Prinsverkiezing en Carnavalsvieringen
met Optocht

Sociëteit “De Batavier” 13 leden
Organiseert sociëteitsavonden, klaverjaswedstrijden,
excursies naar brouwerijen, puzzelritten etc.

De Instuif 275 leden
Organiseert muziek- & dansavonden
in het weekend


Uit de Middenstandsvereniging, het Middenstandscomité, de V.V.V.,
de “Harpe Davids”en de “St. Jeanne d’Arc” is een
Evenementencommissie
gevormd.
Zoals de naam al aangeeft, beoogt zij het organiseren van evenementen.
Dit doet zij vooral om het dorp voor toeristen aantrekkelijk te maken.
een ambachtelijke markt, een muziekshow op de brink,
een winkelwedstrijd met fraaie etalages.

Al deze verenigingen nu zijn voor hun contactavonden etc. aangewezen op 2 zalen.
Er zijn nog wel enige andere plaatsen, o.a. het jeugdhuis en hotel Zegers
(alleen heel kleine vergaderingen en bruiloften),
maar de behoefte is groter dan de voorzieningen.

Daarom is er het verlangen ontstaan naar een dorpshuis.
De plannen hiervoor nemen inmiddels al vastere vormen aan.

Het stiefkind van de gemeente is de sport.

In het hele dorp vinden we welgeteld één kleine gymzaal.
Deze is bestemd voor vier scholen, de tafeltennisvereniging en voor
de G.I.O.S., "Gym Is Onze Sport".

Het gemis aan sportvelden doet zich gelden. Er is er slechts één,
het voetbalveld van Sint Bavo, het psychiatrisch ziekenhuis.
Het veld ligt ver buiten de bebouwde kom en heeft
zeer beperkte voorzieningen.
Het r.k. seminarie De Leeuwenhorst heeft voor zijn paar honderd studenten
een betere sportaccommodatie
dan de gemeente Noordwijkerhout voor zijn 10.000 inwoners.


Al met al is het ontspanningsleven door te weinig mogelijkheden
zeer bescheiden, welhaast armtierig, maar wel gezellig.
Velen zoeken echter ook hun ontspanning in de omliggende plaatsen
(Hillegom, Haarlem, Lisse, Leiden. En Noordwijk).

Afgelopen jaar was het voor het eerst dat er in Noordwijkerhout ieder weekend
een gelegenheid was voor dans & vertier.
Dit is echter alleen ’s winters mogelijk, daar de ruimte ’s zomers
door het betreffende hotel gebruikt wordt als eetzaal.

Ten dienste van het vermaak is er ook nog de bioscoop
van P.A. Brama,
die drie keer per week geopend is.

Het leven van iedere rechtgeaarde Noordwijkerhouter
kent jaarlijks twee hoogtepunten:
de carnaval en de kermis.
Van heinde en verre stromen dan de oud Noordwijkerhouters toe
om met hun vrienden en familieleden deze feesten te vieren.

Een duidelijke verklaring voor deze grote feesten en hun aantrekkingskracht is niet te vinden.
Er zijn wel een paar punten ter verklaring aan te voeren:

1 – De tijd waarin deze feesten plaats vinden.

2 – De geaardheid van de bevolking.

 

Ad 1: De tijd waarin de feesten plaats vinden

De kermis wordt gevierd na het drukke bollenseizoen.
De bollen zitten weer in de grond.
Het zware werk zit er op.
Om met de Noordwijkerhouters te spreken:
“Daar moet op gedronken worden.”

De carnaval wordt zoals gebruikelijk gehouden voor de vasten en
voor het begin van het nieuwe bollenseizoen.
Men zou dit dus kunnen beschouwen als een warming-up, een
opkikkertje. Om weer fit aan het werk te kunnen.
Een Noordwijkerhouter zei na verloop van de laatste carnaval:
”Zo, me kennedur velopig wir teuge.”

Ad 2: De geaardheid van de bevolking

De doorsnee Noordwijkerhouter is een opgewekt en vrolijk mens,
sterk gebonden aan familie en buren.
Ze kennen elkaar ook allemaal.
Mensen die zich in het dorp vestigen, worden
als ze er zelf ook voor open staan,
meteen in de gemeenschap opgenomen.


Deze scriptie beoogt enig inzicht
te geven in het Noordwijkerhout
zoals het zich nu voordoet.

Vele problemen en onderwerpen zijn
niet ter sprake gekomen. Dit betekent
echter volstrekt niet dat die minder
belangrijk zijn of niet interessant
zouden zijn. De schrijver heeft
zich echter moeten beperken.

Noordwijkerhout 1966
jan van hensbergen


Bij het schrijven van deze scriptie heb ik morele steun ondervonden van
vele Kaninefaten en van alle Batavieren.

Ook zijn:

Drs. C.J. Stuart C.S.S.P. met zijn boek: “De Zuidhollandse Bollenstreek
en het Economisch Technologisch Instituut met: “Noordwijkerhout

mij van zeer grote waarde geweest.
Naar hen allen gaat mijn oprechte dank uit.



Inhoudsopgave Noordwijkerhout 1966:

Demografische aspecten

Leeftijdsopbouw
Economische structuur
Het gezinsleven
De vrijetijdsbesteding

heb je op- of aanmerkingen,
aanvullingen of leuke plaatjes, graag contact

 


www.noordwijkerhout.nl voor algemene dorpsinformatie,

 

maar let op:
Er zijn vanaf 2017 als het ware 3 Noordwijken:

Noortuk Binnen     Noortuk an Zee      Noortukker Hout

 

ons "volkslied" is als een eeuwigdurend referein
in het ritme van eb & vloed geschreven door de zee.

Noordwijkerhouts Volkslied
op de wijs van "irene, good night"

Noord wij ker hou hou hout
Noord wij kerhout
Je bent de trots van heel de streek
Je bodem is van goud
 

irene goodnight
op zoek naar de verloren coupletten
van ons volkslied
tijdens de carnaval waren die regelmatig te horen
de teksten verwaaiden meestal in "la lala, la lala la lala...
omdat het windig kon zijn op de praalwagen.
zodra het referein weer begon, kende iedereen de tekst weer:

noord wij ker hou hou hout,
noordwijkerhout,
je bent de trots van heel de streek;
je bodem is van goud.

wie kent er nog coupletten...?
bezoek trybe manhattan's
playlist noordwijkerhout

de roots van ons volkslied
liggen dus in missis hippie...!?

Vanaf 1968 komen er echter grote ontwikkelingen
in ons dorp. Niet alleen door
"Die jeugd van Ante Portas", zoals wethouder Piet Heemskerk ons noemde,
maar ook door de Mater Amabilisschool, die VJV-De Mast werd, het COIN,
Comité Overdekt Instructiebad Noordwijkerhout, van Majoor Gerrit Maarseveen en
de CSB, Culturele Stichting Bollenstreek, door Pastoor Hammerstein
opgericht met voor Noordwijkerhouters veel "expats" brachten
veel reuring in het dorp.

Daarover later meer.

heb je aanvullende info..? stuur een email of bel.
Klik hier voor info

 

De Grote Afzanding,
waarbij metershoge duinen werden afgegraven,
waaraan een akelig smalle Gooweg als hoofdverbindingsweg
Noordwijk - Noordwijkerhout
nog dagelijks herinnert,
is doorgezet tot ongeveer 1970 waarbij de zanderij werd
uitgediept tot "het Oosterduinse Meer" voor
de kalkzandsteenfabriek "Van Herwaarden" in Hillegom.

Noordwijkerhout had veel bollengrond gewonnen,
goed voor de economie
en een attractief "Como"-meer
goed voor de sportieve recreatie.
En beide goed voor het toerisme.

Noortigh in't Hout
een klein rustiek dorpje,
rond het Witte Kerkje en het Rechthuis,
waar Dominee & Baljuw
honderden jaren de dienst uitmaakten,
lijkt in 150 jaar met het afzanden en
verkwanselen van zijn duinen
meer dan een illusie rijker.

 

 

 

manhattan     gmlogo_small.gif (1577 bytes)      project
renergetic copyright        
1998    nl  3022 bl 54     last update: 16-06-2019
       
disclaimer