Mijn Gemene Leven

in de duinendelta van vierstromenland

Hoofdstuk VI:    Multiple Choice & de selectiviteit

6.00 1981  onderwerp/naam  1981-1998  de selectiviteit
6.01 1981  Jeugdbeleid N-H  Ontbijtbespreking Alkmaar
6.02 1981  Tineke  Opstart RJB / 3x4 jaar facetbeleid
6.03 1985  De Kasselgroep  Gehuld in grijs:  Doenrade t/m Elahuize
6.04 1988  De Droomscoop  twee dromen
6.05 1990  AD Damkampioen  Maikel en de Woongroep
6.06 1991  De tien beste vrienden  Hoe maak je die keuze
6.07 1991  NH-kantoor Houtplein  secretaris werkbestuur PIN
6.08 1992  HFP voor SBW  financieringsplan woon-werkexperiment
6.09 1992  NH-trajectperspectief  1991-1998 divers beleid / wachtgeld
6.10 1993  VPRO / Wim Kayser  schitterend ongeluk
6.11 1994  Pont St Esprit  Het wezen van het zijn
6.12 1994  Postträgergeographie  Op weg naar Marseille
6.13 1994  Het niet-weten  Hostellerie en Gorges de la Nesque
6.14 1995  minderheden-/welzijnsbeleid  advies steunfunctie, congres Welzijnsbeleid
6.15 1997  Multiple Choice Manhattan  Multiple tweespalt, Directie Introductie Team.
6.16 1998  Manhattan project  gaingate/trybe - website / custodians
6.17 1997  Het Koepelbergarchief  brieven / koepelkantoor

1981-1998

6.01  Raad voor Jeugdbeleid
En zo zat ik op een vroege zomerochtend voor een Ontbijtbespreking in Motel Alkmaar. Het interimbestuur was erg tevreden met de nota Perspectieven Jeugdbeleid en had die voorgelegd aan Gedeputeerde Cees Korver. Die had alleen op korte termijn deze ochtend nog open staan in zijn agenda. Onder het pellen van een eitje en een sneetje brood met kaas werd de nota besproken.
De toelichting op de nieuwe platformfunctie (geen platform voor jeugdwerk, maar voor jeugdbeleid) en de adviesfunctie nieuwe stijl (geen voorbereiding  van GS-voornemens meer over 'subsidie-verdelingsvraagstukken', maar een creatief-kritische waakhondfunctie) konden zijn goedkeuring wegdragen en na een halfuurtje zei hij met de verdere uitwerking te kunnen instemmen, “mits” -hij keek de tafel rond naar het bestuur- “jij het gaat doen” en hij keek mij oprecht in de ogen.
Het interim-bestuur haalde opgelucht adem en Cees Korver ging direct door naar het Provinciehuis, waar hem een volgende vergadering wachtte.


6.02  Tineke

Met de instemming van Cees Korver kwam er ook een personeelsplan beschikbaar voor het opstarten van de nieuwe Raad: 1 fulltime consulent en 0,5 voor administratieve ondersteuning. De vacatures dienden te worden ingevuld volgens het provinciaal personeelsbeleid. Dat kwam er in die tijd op neer, dat de minder kansrijken prioriteit hadden. We mochten dus een halve functie consulent zoeken in een pool waar Tineke uit naar voren kwam. Een gezellige, 50-jarige ietwat gezette vrouw van Nederlands-Indische afkomst, getrouwd met een arts die een praktijk had in Heemstede. Ze woonden met 3 pleegkinderen en 4 honden in Haarlem. Zij had op latere leeftijd een studie politicologie gevolgd, afgesloten met een scriptie die ze met enkele medestudenten had geschreven.
Tineke, die het allemaal heel interessant en leuk vond, kon af en toe haar nieuwsgierigheid niet inhouden en kwam dan op de rand van het bureau zitten, stak een ouderwetse, filterloze Gaulloise op en las instemmend mee wat ik aan het typen was. Ook gaf het haar meer vertrouwen, als we de bezoeken in de provincie met z’n tweeën zouden afleggen. Zo stonden we gezellig koutend op het achterdek van de pont naar Texel of reden we naar een gesprek met de wethouder van Andijk, een klein dorp in West-Friesland. Het schoot niet op.
Daarbij zaten we in een kamertje op de bovenetage van de Sportraad NH met een directeur die voorheen ook van de Jeugdraad was en die regelmatig even kwam vertellen waarom het de laatste jaren niet zo goed gegaan was. Maar gelukkig was ‘Hans’ voor onbepaalde tijd met ziekteverlof gestuurd. Daar hadden we dus geen last meer van.
Zelf was hij ook nog gemeenteraadslid in Haarlem en hij zou daarom dus nog wel iets kunnen betekenen voor ons, meende hij. Kortom, de Jeugdraad zou zo snel mogelijk in huisvesting moeten verzelfstandigen en als vervolg op de Perspectievennota een beleidsplan moeten maken voor personeel en organisatie. Het interim-bestuur ging daar van harte in mee.

In die tijd nodigde het Hoofd Welzijn van de Provincie me uit voor hun vrijdagmiddag volleybal. Ze moesten tegen de Provinciale Waterstaat NH spelen. Ik had al een paar keer bedankt voor hun vrijdagmiddag sherry, maar hier deed ik graag aan mee. In de pauze sprak Ruud, Hoofd Welzijn, me aan. Ik zou beter kunnen stoppen met de Jeugdraad, meende hij: “Die gaan we binnenkort opheffen. En je zit bij de Inspectie Onderwijs met een veel beter salaris. Dat gooi je toch niet weg voor een tijdelijke baan in schaal 8?”
Verbouwereerd keek ik hem aan. Zijn gedeputeerde had mij gezegd: “Alleen als jij het doet!”. En ik vroeg Ruud: “Daar gaat de politiek toch over?” Daar had ik weliswaar gelijk in, maar ook binnen de politiek, zei hij, was er een tendens de Raden op te heffen. Die passen in principe niet in een democratisch bestel. Ik gaf hem te kennen mij verplicht te voelen aan het interim-bestuur. Dus kon hij op korte termijn een voorstel voor huisvesting en verzelfstandiging van de Raad verwachten.

Niet veel later mochten we verhuizen naar een eigen pand, kregen personeelsuitbreiding en mochten we bij Tineke thuis in het bijzijn van haar echtgenoot praten over de afronding van haar korte loopbaan bij de Raad. Kort daarvoor had zij nog een aandoenlijke brief geschreven over onze werkrelatie. Maar zij zag ook in, dat ze haar gemis aan beleidservaring onvoldoende kon compenseren met haar kwaliteiten als autonoom consulent jeugdbeleid.
We mochten twee beleidsfunctionarissen aanstellen. Voor de administratie kregen we aanvankelijk een vrouw die nog geen A4-tje in 3 of 4 correctiegangen foutloos getypt kreeg, zodat ik het ten leste zelf maar deed. Gelukkig stemde de Provincie er ook mee in, dat we haar vervingen voor Karin en dat we Simone mochten aannemen als secretaresse.

Toen het Bureau van de Raad officieel werd geopend, onthulde Ruud met veel genoegen,
namens de gedeputeerde, Rinus Haks, het naambord van de Raad voor Jeugdbeleid N-H.


De Raad was trouwens niet bedoeld voor onbepaalde tijd. In driemaal vier jaar wilden we de perspectievennota uitwerken. In april 1989 wordt duidelijk, dat facetbeleid en regionalisering geen draagvlak heeft in het provinciaal bestuur en wat later bestempelt Cees Korver, die nu een andere portefeuille heeft, de Raad voor Jeugdbeleid als “sociaal-cultureel werk” dat al een paar organisaties voor ondersteuning kent in de Provincie.
Met die miskenning van de Raad lijkt hij ook de drie termijnen van vier jaar vergeten. De Raad, in zijn 8-jarig bestaan regelmatig met complimenten overladen, zou slechts zwaar geknot verder kunnen. Eén directeur met 0,5 administratieve ondersteuning. De Raad sprak daar in een commissievergadering zijn grote teleurstelling over uit met verwijzing naar de afspraken van de ontbijtbijeenkomst in Alkmaar 8 jaar eerder.
 

6.03  In grijs gehuld
Zo’n jaar of tien maakte ik deel uit van de ‘Kasselgroep’, aangezet door Marcel en Frénk uit Hillegom. Een paar keer zijn we naar de Biënnale aan de Oost-Duitse grens geweest en diverse keren hebben we steden en restaurants in de Randstad om diverse redenen gefêteerd. Maar er was altijd wel een educatief-cultureel motief om ons gastronomisch verlangen een plek te geven.
Ook kon het voor komen dat in de zomer, als ieder z’n eigen vakantie invulde, we elkaar ergens in Frankrijk een paar dagen tegenkwamen of wisselden van reisgenoot.
Zo reed Agnes een keer met mij terug naar Hillegom en hadden we een koffer en wat spullen van Frénk en Lineke alvast meegenomen, omdat zij een gescheiden reisvervolg kenden. ‘Vakantiewiskunde’ werd die planning genoemd.
In 1985 ontving ik dus een brief van Frénk:

In de schuur van Agnes constateerde ik dat je jouw telefoonboek Dodewaard t/m Elahuizen per ongeluk bij de spullen van Lineke en mij hebt gedeponeerd.
Ik hoop dat je daardoor niet in de problemen bent gekomen (tenslotte dient een op zijn werk onmisbaar man over een volledig telefoonboekbestand te beschikken om al zijn belangrijke contacten te kunnen onderhouden).
Nu dit kostbare exemplaar weer in je bezit is, zal er ongetwijfeld in Dodewaard t/m Elahuizen weer kunnen worden doorgewerkt aan de projecten die de welzijnswerkers aldaar onder jouw bezielende en telefonische leiding ter hand hebben genomen.

Een leuke reactie was dat. Een tegenreactie waard.
Het telefoonboek had ik als grap tussen de spullen gestopt. Het lag toevallig nog achter in de kofferbak.

Het ging om een telefoonboek uit 1984, deel 6 dus. Doenrade is daar onderdeel van.
Daarbij is het goed te weten, dat A.J. Dodewaard op pagina 1 echt bestaat en woont in Dodewaard en
dat Tante Pollewop volgens Bomans "Geen groter genot kende dan het lezen van een telefoonboek".

Waarde Frénk,

Als journalist maak jij furore. j'Houdt van een culinair festijn;
Confronteert bonzen con amore; doopt je pen niet in azijn.

Toch deed je mij laatst 'ns verbazen. Jij bracht een telefoonboek terug
Da'k volgens jou als werkend dwaze kon missen als een junk zijn drug.

De grootste bron van inspiratie, jaar in jaar uit weer actueel,
Boordevol stof voor contemplatie, was jou klaarblijkelijk iets te veel.

Je bent nog jong, dat zal 't wezen. Maar 'k hoop dat jij ook eens geniet
't Zuiverste genot: Het lezen van 'tgeen de PTT ons biedt.

Ik heb de Gids niet willen lozen; stak als een omgekeerde dief
Deel zes tussen de schoenendozen in een agogisch perspectief.

Het fraaiste deel uit vierentachtig bedoelde ik als eerste les.
Het is zo allemachtig prachtig, dat groengrijzige deeltje zes.

"Dodewaard t/m Elahuizen" [!] Klapwiekend zoeft mijn ziel omhoog;
Ras openen zich der Muzen sluizen voor een literaire regenboog.

Eén exempel wil'k je geven. 'k Neem daarvoor bladzijde een:
'k Voel duizenden gedachten beven. Spontaan begin ik dus meteen:

Een blode waard te Dodewaard, Geheten A.J. Dodewaard,
Heeft hedennacht de Dood ontwaard die ronde waart in Dodewaard.

Deez' doodd' daarop de blode waard, schonk Dodewaard een dode waard,
Maar kloeg toen dodelijk bedaard: Waart g'eigenlijk wel het doden waard?

Ontwaard riep toen heel Dodewaard: Wij waren eeuwenlang bewaard.
Al had A.J. geen goede aard, liever 'n blode dan 'n dode waard.

Naast muta- & modificaties is niets de PTT te dol.
Zij schenkt je Stijl, Alliteraties als Opperlandse toverknol.

Gehuld in Grijs gaat veel verloren voor wie het juiste oog niet heeft.
De kunst van leven wordt geboren waar nevel uit het droomoord zweeft.

Dit boek, dat niet is te versmaden, bevat de hoogste weg tot Zen.
Lees dus tot het je zal Doenrade dat ik geen werkezel ben.


6.04 Droomscoop   1988-07-15
Gisterenavond vroeg naar bed. Middernacht word ik wakker uit een diepe slaap. Wat fruit gegeten en het bed weer in. Ik kom in een onrustig maar niet vervelend waak-/slaapritme terecht. Rond 4 uur word ik wakker uit een droom:
Ik loop een (stations-?) hal uit. Enkele meters rechts van me lopen twee jonge mensen. Ze zijn van het type ‘tevreden alternatief niet-werkend’. Ze dollen wat met elkaar. Dat roept agressie op bij drie tegemoet komende jongens, te omschrijven als: ‘laag-verbaal, ontevreden, verveeld’. Ze lopen richting die twee tot één van de drie lijkt te merken, dat er één te weinig is om te matten.
Deze derde kijkt even rond en loopt dan tamelijk dreigend mijn richting uit. Terwijl hij aanstalten maakt, mij in elkaar te slaan, wat zijn makkers ondertussen al met die twee jongens aan het doen zijn, zeg ik hem, geen tijd voor zoiets te hebben. “Mijn werk wacht op me, ik ben hier niet voor m’n plezier.”
Ik ben er nu niet geheel zeker van, maar ik geloof dat ik toch een of twee tikken opliep ondertussen. Nauwelijks was ik namelijk uitgesproken of, als in een flits, was de situatie anders: De knaap die mij aanviel lag op de grond. Ik keek hem aan en zei iets als: “Je hebt het er zelf naar gemaakt, moet je maar luisteren.”
Publiek en bewaking ontfermden zich inmiddels over de slachtoffers en de politie rekende de jongen en zijn twee kompanen in, terwijl ik naar buiten liep.

Ik werd heel even wakker en mij de droom bewust. Direct daarna begon de ‘hoofdfilm’.

Rondom zijn nieuwe restaurant “Hofstede Cleyburch” in Noordwijk heeft mijn broer Sam een ingenieus ingerichte parkeerfaciliteit laten aanleggen. Luxe winkeltjes wisselen af met ambachtelijke werkplaatsen en parkeerhavens.
Ik ben er in deze droom gevoelsmatig al eerder geweest en Annie heeft mij toen “achterom maar toch vlakbij” een parkeerplaats laten zien. Zonder probleem heb ik na die visite mijn auto weer gevonden.
Nu ik er voor een tweede keer kom, zoek ik hetzelfde parkeerhaventje op, winkeltjes en enkele kraampjes in de nabijheid. Ik ben uitgestapt en naar Sam gegaan. Waarom ik daar heen ging en wat ik daar gedaan heb, weet ik niet.
Maar toen ik later terug ging, kon ik mijn auto niet meer vinden. Ik liep een paar keer het hele complex door. Op een moment kwam ik in een zeer luxe winkel, waar dure poppen verkocht werden. Ze varieerden in grootte van anderhalve tot twee meter. Ze hadden ingebouwde apparatuur, zodat ze konden lopen, fladderen en praten. Artistiek van hoge kwaliteit. Buiten wat geschuifel, gefladder en een mechanische begroeting om, was het stil. Geen mens te zien. Maar, er zat paniek in de lucht. In mij ontstond het idee, dat ‘de moordenaar’ zich hier verschool. (Er zijn wat onopgeloste moorden. Een bekend veronderstelde zaak. Moordenaar stopte in zijn poppen zendapparatuur en kon zo de thuissituatie van cliënten scannen) Ik voelde, dat ‘hij’ aanwezig en wellicht zelfs met iets onoorbaars bezig was. De sfeer werd uitermate suspense. Opeens klonk er een afgrijselijk gegil.
Ik werd half wakker en besefte, dat ik lang uitgestrekt op mijn bed lag, mijn armen in het verlengde van mijn hoofd. Mijn armen, rug en kuiten waren een en al kippenvel en mijn haar stond recht overeind. De gil suisde in een ijzingwekkende ‘loop’ continu door. Een zeer intense, nooit eerder voorgekomen fysieke angstervaring. Fysiek, want ik voelde/hoorde me zelf denken: “Er is niets aan de hand. Ik ben niet bang, want mijn hart klopt normaal.” En ik luisterde naar mijn hartslag. De golf van het gegil ging onderwijl door. Het beeld van de winkel had inmiddels plaats gemaakt voor mijn vertrouwde omgeving. Kippenvel en geluid hielden aan.
Na enige tijd dacht ik, dat dat zo niet kon blijven. Ik kneep met m’n handen in de zijkanten van de matras, drukte mijn gezicht in het kussen. Daarop werd ik echt wakker. Het was 04:15 uur. “Raar”, dacht ik, draaide me om en sliep weer in.
Enige uren later, onderweg naar m’n werk, schoten beide dromen mij weer te binnen.

6.05  Damkampioen
In het voorjaar van 1990 moet het geweest zijn, dat mijn ochtendkrant (Vk) niet in de brievenbus beneden ik de hal zat. Kwam wel vaker voor. Zat ie niet helemaal achter de klep en was een van de tien appartement bewoners zo vrij de Vk er even uit te vissen. Soms zat de krant er ’s avonds dan weer in als ik thuiskwam.
Ik meen dat het deze keer op een vrijdag was, want dan ging ik wel ‘ns koffie drinken bij m’n moeder. Dan kocht ik in zo’n geval de Vk even bij Coby, een paar winkels verder in de straat.
Bij haar was die krant nu echter uitverkocht, maar ze had nog wel een AD en legde die op de toonbank. Op de voorpagina stond in het kader van de damkampioenschappen een aankondiging van een interview met Jannes van der Wal of Ton Sijbrands dat weet ik niet zeker meer. Ik besloot de krant mee te nemen. De psyche van de schaker kende ik een beetje, maar het raadsel van de dammer was nog onbekend terrein voor me.

Toen ik dat weekend het interview begon te lezen, werd mijn aandacht een paar keer verlegd naar de naastliggende advertentiepagina met korte berichten; een telefoonnummer popte op. Verdorie, dat nummer ken ik; de woongroep van Eugène, Vereniging de Binnenweg…! Een zekere Maikel zoekt contact op het erotisch vlak. Maar er woont helemaal geen Maikel. Verbaasd en verwonderd bel ik het nummer en krijg een van de bewoners aan de lijn. Er woont inderdaad geen Maikel, klinkt het omfloerst.
Kort daarna heb ik een treffen met Marcel, Agnes, Frénk en Lineke. Zij zijn net zo verbaasd als ik en bevestigen me in de gedachte, dat dit geen goeie ontwikkeling is.
Een paar maanden later richt ik met Eugène en Claudio een stichting op, Stichting de Binnenweg. Doelstelling: “het stimuleren en steunen van vernieuwende initiatieven op het gebied van kunst, cultuur, welzijn en beleid”. We vroegen de gemeente Rotterdam, of er een oude school of ander gebouwtje beschikbaar was. De ontvangst van de brief werd vrij snel bevestigd; de toegezegde “afhandeling op korte termijn”, laat nog steeds op zich wachten.
De Raad voor Jeugdbeleid was inmiddels ‘in liquidatie’. Bestuur en Provincie gingen er mee akkoord, dat Stichting de Binnenweg als werkervaringsproject kon worden ingezet voor hand- en spandiensten bij de opheffing.

6.06  De tien beste vrienden
Tegen de zomer van 1991 vertelde ik Hans en Trudy, dat ik weer ‘ns een groot feest wilde geven voor de vele vrienden en bekenden die ik een tijd niet meer had gezien.
Bij hen kwam ik regelmatig langs voor een avondje piano/blokfluit met Trudy of schaken met Hans. Hans was als jeugdouderling van de gereformeerde kerk betrokken bij de oprichting van jongerencentrum Qbus. Dat was toen gebruikelijk. Ook jeugdpastor Theo van Langen maakte namens de katholieke kerk deel uit van dat initiatief, net als de Huishoudschool, die het bestuur vormde van de MA-stichting. In die setting kwam ik dus in 1971 terecht als coördinator voor het vormingswerk.

Het idee van een groot feest raadde Hans mij sterk af. Veel beter, vond hij, zou een feest voor m’n tien beste vrienden zijn. Dat leek mij ook een leuk idee. Hij zadelde mij echter op met een moeilijke vraag: Wie zijn je tien beste vrienden?
Na een tijdje had ik de sleutel gevonden. Die tien zijn degenen, die je bij een wezenlijk probleem als eersten op de hoogte stelt. Bijvoorbeeld, als je van de dokter te horen krijgt dat je nog maar een paar weken te leven hebt.
Wie ga je daar het eerst over inlichten? En als je dat doet, wie moet je er dan bij betrekken om die goede vriend niet teveel te belasten?
Zo kwam ik tot Sam en zijn gezin, Marcel, Frénk en Eugène. Dat waren er met hun partners precies 10. Begin november 1991 hebben we een bijzonder diner gehouden, Ieder had z’n favoriete muzieklijst meegenomen. Boeiende gesprekken met smakelijke gangen.
Maar er zijn toch ook nog wel erg veel mensen die ik al jaren niet gezien heb en die in genoeglijke herinnering op rustige momenten in mijn gedachten nog steeds langs komen.

6.07  PIN / Houtplein
Op verzoek van de Provincie werd ik ambtelijk secretaris voor het Werkbestuur Oprichting PIN, het Participatie Instituut Noord-Holland. Jos Castenmiller, die voorzitter was van het interim-bestuur dat mij tien jaar eerder gevraagd had een plan te schrijven voor Jeugdbeleid, kom ik ook hier weer tegen als voorzitter. Inmiddels was hij burgemeester van Uithoorn.
Het IODP, Instituut Ondersteuning Democratische Planning, moest in de reorganisatie van het welzijnswerk fuseren met het KMAC, het Katholieke Maatschappelijk Activeringswerk. Er was dedain bij de één en religieuze identiteit bij de ander.
Een moeilijke maar uitdagende klus dus, die een voortdurend tegenstribbelende beleidsmedewerker na afronding als nieuwe directeur slechts het genoegen liet, de naam PIN te kunnen veranderen in NPI, Noordhollands Participatie Instituut. In mei 1992 konden we een beleidsplan inclusief uitgangspunten voor organisatie en formatie voorleggen aan de Statencommissie, waarmee het NPI een meerjarenplan kon ontwikkelen.

De Raad voor Jeugdbeleid was de facto per 1 januari 1991 opgeheven. Het liquidatieplan was in werking. Met Elly de Vries was afgesproken, dat ik een kamer bij de Dienst Welzijn op het Houtplein zou betrekken. Elly was beleidsambtenaar voor Rinus Haks, de Gedeputeerde. Jarenlang was zij de kristalzuivere verbinding tussen de Raad en het Provinciaal Bestuur. Na korte tijd in de lange gang van Welzijn merkte ik, dat een kamertje daar voor mij toch geen ideale werkomgeving was.
En met de Océ hardwareconfiguratie die inmiddels in de kelder van het Provinciehuis was opgeslagen (CPM/DTP was uit; MS-DOS/Windows de nieuwe standaard) vestigde ik me aan de Teunisbloem. Daar ontstond toen de gedachte, mijn ‘recht op wachtgeld’ af te kopen binnen de mogelijkheden die het Reglement Arbeidsvoorwaarden mij bood.


6.08  HFP voor SBW
Accommodatie voor Stichting de Binnenweg was nog steeds niet gevonden.
Omdat de gemeente niet adequaat reageerde is besloten, Vereniging de Binnenweg, de Woongroep,  te verlaten en met Stichting de Binnenweg (SBW) een eigen onderkomen te zoeken. Met Eugène en Claudio vonden we dat in januari 1992 aan de Burgemeester Meineszlaan.
Op basis van een ‘HFP’, een Huisvesting Financiering Plan, wilde m’n oudste broer wel een lening verstrekken. Zo zijn we eind februari 1992 in de Burg. Meineszlaan terecht gekomen.
De uitgangspunten van het HFP werden gedragen door de Woongroep en de Stichting.
De overeenkomst werd getekend door Henk, m’n oudste broer en verstrekker van de lening, Sam, de zoon van mijn broer Sam, als getuige, Eugène en Claudio, secretaris en penningmeester van de Stichting en mij, als garantsteller voor de aflossingsverplichting.
Sam junior was niet alleen getuige van de ondertekening, maar ook benoemd als ‘testamentair executeur’ voor het geval ik binnen de periode van aflossing zou overlijden. Hij zou er dan op kunnen toezien, dat Henk bij liquidatie van mijn vermogen niet tekort zou worden gedaan.
Twee jaar later liet m’n oudste broer weten, de lening te willen opheffen. Hij kon meer rendement uit z’n geld halen dan de 8% die wij hem boden. Jammer, ik vond het een eer dat door hem mijn familie ons project steunde. Maar het oversluiten via een hypotheek kwam wel voordeliger uit. De rente was 7,2% en wij waren als woongroep vrij van familieverplichtingen.
In 1996 is de hypotheek opgehoogd tot 180.000 gulden, omdat dak en gevel groot onderhoud vereisten. Inmiddels is die banklening teruggebracht tot 20.000 euro.
Met mijn neef Sam is er de afspraak, dat hij alsnog zal toezien op de uitvoering van mijn gedachten over nalatenschap en erfgenoten na m’n overlijden. Rond de zomer van 2021 hebben we daar een gesprek over.

In 1994 vroeg Zoot, die bij de beëindiging van de HAL-kraak naar Amsterdam verhuisde en als voorzitter de Stichting Groot Manhattan meenam, of wij het bestuur van SGM wilden overnemen. Hij had er geen tijd meer voor en de stichting zetelde statutair in Rotterdam.
Zo konden we in 1998 het Manhattan Project 3.01 starten als een woon-/werkexperiment op basis van twee sociaal-economische modellen voor de wereld van morgen: Trybe en Gaingate.
SGM en SBW zijn als stichtingen verantwoordelijk voor een dekkende exploitatie.
Van buiten ziet ons pand er fraai uit en passend in de sfeer van de Laan. Inpandig is het een gebrekkige woning met duidelijk achterstallig onderhoud. Maar het ademt de sfeer van een oud kraakpand met omgevingsvriendelijke bewoners, hoop ik.

6.09  NH-projecten
1992 Gehandicaptenbeleid N-H / verzoek afkoop wachtgeld / fusie volwasseneneducatie
1993 Frictie maatschappelijk activeringswerk – PIN / verzoek afkoop afgeraden.
1994 Liquidatie Ondersteuningsinstituut en Raad voor Jeugdbeleid

6.10  Een gekerstend ongeluk
Onder de titel "een schitterend ongeluk" riep Wim Kayser de vraag op wat, op de drempel van het derde millennium, het menselijk denken gewrocht heeft om van daaruit zich af te vragen, waar "het" toe leidt.
Met zes wetenschappers behandelde hij dit thema in een VPRO-productie vanuit een westers-christelijk perspectief. De suprematie van de gemanipuleerde westerling uitte zich in een vrezend engagement. Mogelijk dat onze uitspraak aan achterdocht kan worden toegeschreven, maar het plaatsen van het menselijk denken op "de drempel van het jaar 2000" roept nu eenmaal vragen op.
Het christendom lijkt het "westerse" denken zodanig in zijn greep te hebben, dat allerwegen aandacht gaat ontstaan voor het overschrijden van de 20ste eeuw. Alsof de mens slechts tweeduizend jaar bestaat, al het denken sindsdien begonnen is en er mondiaal dus iets bijzonders aan de hand zou zijn. Natuurlijk, het huidige christendom heeft in zijn geschiedenis wapenfeiten op velerlei gebied. Maar het is op zich bepaald geen nieuw denken.
Integendeel: dat, waarin het denken van diegene wiens geboortedag achteraf tot het jaar 0 leidde, zich onderscheidde van het denken waartegen hij zich afzette, was tijdens zijn leven soms al twijfelachtig voor zijn leerlingen en omstreeks 300 jaar na zijn geboortedag alweer grotendeels geëlimineerd uit de instituten, die zich erop beroepen de erfopvolger, beschermer of bijzondere interpretator te zijn van het gedachtegoed van hun "stichter".
Met de aanvaarding van de positie Pontifex Maximus te Rome (een cadeau van Keizer Constantijn) was er van de essentie van het Christusdomein al weinig meer over.
Omstreeks het jaar duizend werden mensen die de essentie van zijn leer te veel nadruk gaven zelfs verketterd en op de brandstapel gezet. En tot in deze eeuw wordt wapentuig gezegend in de naam van degene die zei, aan zijn familie geen bijzondere verplichtingen te hebben, maar die het zwaard opheffen tegen mensen met vijandige bedoelingen ernstig afkeurde.

Het is dus maar zeer de vraag, of we in die zin zo nadrukkelijk moeten stilstaan bij wat "de eerste twee millennia" ons gebracht hebben. Daarmee wordt teveel gesuggereerd, dat de mens pas vanaf het christendom "mens" is. Dat is een te gemakkelijk voorbij gaan aan of zelfs een belediging van alle andere culturen, die misschien hun jaartelling dan niet meer op hun eigen grootheid baseren, doch die minstens evenveel hebben bijgedragen aan het menselijk denken, zo niet de moeder of broeder van het westerse denken zijn.

Het christendom zou daarentegen net zo goed gezien kunnen worden als de bakermat van discriminatie. Grieken spraken van "barbaren" als mensen onbegrijpelijke taal spraken. De westerse cultuur, doordrenkt van het christendom heeft er een negatieve lading aan gegeven. Barbaren zijn wilden geworden. Daar zal ongetwijfeld de bekeringsdrang, met kruis & zwaard of met spiegeltjes & kralen -ook daar is wel iets over te zeggen-, toe hebben bijgedragen.

Er zal vaak en veel aandacht gegeven moeten worden aan de stand van zaken, in het perspectief van 'globaal bewustzijn', zodat het perspectief voor de mensheid zuiverder wordt.
Het christendom is bepaald niet die stimulator geweest van de paradigmaverschuiving tussen de oudtestamentische vader en zijn nieuwtestamentische zoon, van: "Ga heen en vermenigvuldigt U!" naar "Onderzoekt alles en behoudt het goede!".
Het heeft eerder als rem gewerkt. Misschien niet zo rigide als Suleimon die beargumenteerde, dat één boek voldoende was en alle andere óf overbodig óf tegenstrijdig en dus verwerpelijk, maar impliciet is dit standpunt tot ver na de Verlichting wel te vinden in de verwerping van wetenschappelijke inzichten die niet direct konden of kunnen worden geïnterpreteerd als vergroting van Gods luister.

Het feit dat onze jaartelling is gebaseerd op de geboorte van een mens, zo niet bijzonder, dan toch met vele gelijken (althans naar eigen zeggen) mag niet verward worden met gedenken wat de mens zich heeft eigen gemaakt in die tweeduizend jaar die daarop zijn gevolgd. Als die datum al symposia, herdenkingen of mediaprogramma´s rechtvaardigt, dan ware het beter, de verworvenheden van het menselijk denken eens te richten op wat christendom aan ruis in dat denken heeft ingebracht. De ruis waar veel westerlingen, godsdienstig of niet, geen besef van lijken te hebben.
De westerling draagt onbewust de idee met zich mee, dat de mens pas tweeduizend jaar bestaat, al is hij archeoloog of historicus. In zijn wetenschappelijk referentiekader zit christendomruis. De doorsnee westerling heeft nog nauwelijks authentiek besef, daarin onderscheidt hij zich niet.
De christen zou zich daarnaast moeten realiseren, evenals volgers van andere geopenbaarde leerstellingen, dat als de voorouders geen angst zouden hebben gekend voor leven en dood, er geen openbaring zou zijn geweest van een reddingsreligie. Het is de angst voor het onverklaarbare, waaronder de dreiging van de dood, die religie deed ontstaan en liet evolueren tot een rituele, institutionele godsdienst. Op zich hoeft dat geen afbreuk te doen aan mogelijk zeer waardevolle aspecten van de diverse geloofsovertuigingen die de wereld rijk is. Maar de mensheid nadert het scharnierpunt dat de angst voor het onverklaarbare overwonnen kan geraken. Voor wie dat geloven, breekt een moeilijke tijd aan. Wie dat begrijpen, zijn dat punt gepasseerd en kunnen hun fantasie vrijelijk inzetten voor de volgende ronde:

het geloof in de toekomst

Het geloof van het verleden is door begrijpen achterhaald. De carrosserie was al verouderd, maar ook de drijvende kracht voldoet niet meer.
Het is verleidelijk, je onder hen te rekenen die dat begrijpen, maar het is evenzeer gevaarlijk, gewoon door te gaan, zolang dat op basis van angst of "een openbaring" gebeurt.
Dat is het probleem van Wim Kayser die een schitterend geluk kerstent. Niet alleen door het te plaatsen tegen een naderend nieuw millennium, maar ook door soms irritant lang door te vragen over dilemma´s, die voortkomen uit zijn angst voor of de bias van het christendom, zonder die als zodanig te herkennen. Hij liet daardoor teveel liggen van de verworvenheden van het menselijk denken dat is gebaseerd op ruwweg vier miljoen jaar mensachtigheid, 200.000 jaar menselijkheid, een wereldverkenning van zo'n 20.000 jaar en een weten van 500 jaar dat de aarde een draaiende bol is in een baan om de zon. (Dat de doorsnee mens nog steeds spreekt over een opkomende en ondergaande zon laten we even buiten beschouwing)

Door die beperkende scope van 2000 jaar ontstond er geen reëel perspectief voor de tijd die de mensheid nog te gaan heeft in de kwaliteit van de laatste twee eeuwen. Een onvoorziene kosmische catastrofe buiten beschouwing gelaten, is het niet onaannemelijk, dat we "halverwege" ons bestaan zijn, mits we zorgvuldig met de aardse biosfeer omgaan.
Alleen de mensheid is in staat de natuurlijk resterende tijd drastisch in te korten.
Of dan nog kan worden gesproken over "een schitterend ongeluk", .... Zolang nog wordt stilgestaan bij het resultaat van 2000 jaar denken en de westerling gemakshalve suggereert, dat hij daar mondiaal de standaard voor stelt, valt daarvoor te vrezen.
Rentmeesterschap kan soms heel enge vormen aannemen. De religieuze standaard, noch de wetenschappelijke of de politieke standaard van het westen zijn daar op zich momenteel degelijk genoeg voor, gelijk de vigerende standaarden in de overige windstreken.
In theorie zouden ze een heel eind komen, maar op al deze gebieden zijn er mondiaal te sterk conflicterende belangen, die zijn voortgekomen uit culturele verschillen van een ver verleden. Colo- & Colanisering hebben daar nog te weinig grip op kunnen krijgen.
Een gelukkige bijkomstigheid van een overigens zeer schitterend "ongeluk", dat miljoenen millennia eerder begonnen is. Toeval of onvermijdelijkheid? Dat blijft de vraag.


6.11  Pont St. Esprit, Hôtel l’Europe
“De essentie van het zijn bestaat niet als objectief waarneembaar fenomeen”, betoogt P.J. Zwart op bladzijde 83 van zijn boek “Het wezen van het zijn”.
Alleen binnen systemen kun je enige zekerheid hebben, maar zelfs daarbinnen ben je niet zeker. Wie het systeem begrijpt, is een gevaar voor systeem-deelnemers die er in geloven.
Als dat waar is, zou ik zeggen: Adem en laat je drijven in de stroom. Gödel geeft rust.

“Wat ben je aan het lezen?”, vroeg de kelner, nadat hij me al twee avonden had bediend.
“L’Essence de l’être”, vertaalde ik vrijpostig, toen ik hem de kaft liet zien. “C’est rien”, antwoordde hij.
En ineens klinkt, nadat hij steels lachend de Chablis heeft geopend, “We will, we will rock you” door het restaurant. Ik eet nu voor de derde keer in dit hotel. Niet eerder heeft deze muziek gespeeld.
Tegen het einde van de maaltijd klinkt “La Vie En Rose”. “Madame vond dit toepasselijk”, zei de kelner onder het serveren van de koffie.


6.12  Postträgergeographie
Na Aix, waar de drukte me verjoeg, ben ik binnendoor richting Marseille gereden. Na een tijdje mijn gevoel aangehouden te hebben, zie ik een postbode lopen. Even checken of ik goed zit. Ik vraag hem of het volgende dorp in richting Marseille ligt.
De man strijkt over z'n kin, z'n ogen gaan naar zijn wenkbrauwen van links naar rechts, alsof het antwoord in de rimpels van z'n voorhoofd ligt en hij zegt na enige seconden: "Oh la la, c'est tres compliqué, hein".
Als hij nog wat later het met zichzelf eens is, gaat de richting als volgt:
“Voorlopig rechtdoor en bij het derde verkeerslicht linksaf. En daarna wel 10 kilometer almaar rechtdoor, almaar rechtdoor, rechtdoor, heel lang”. Hij krijgt zweetdruppels in z'n gezicht bij 't idee. Zodra ik hem vertel dat ik het begrijp, glimlacht hij opgelucht: C'est tres loin, hein?"
"Oui, Merci", knik ik bevestigend. "Je vous en pris", reageert hij en trots als een erkende autoriteit stapt hij naar een huis om post af te geven.
Een vrouw staat al enige tijd in de deuropening op hem te wachten.

Ik wilde persé buiten Marseille bivakkeren. Dus na twee, drie dorpjes zonder hotel en door de mededeling van een aubergiste die geen kamer over had, dat er in de nabije omgeving geen hotel was, schoot ik de eerste gelegenheid aan die zich voor deed. Hôtel Le Coin Tranquille. Na het inboeken en de koffer op m’n kamer te hebben achtergelaten, zag ik na enkele kilometers al wat alternatieven. Maar, ik had al geboekt. Na een forse wandeling door Marseille en wat mijmeringen na het eten ging ik naar m’n kamer. Nu viel me pas op, dat over de gehele lengte van het bed een grote spiegel de muur ‘behangt’.
De boodschap in de badkamer, dat de loodgieter niet meer langskomt om condooms en tampons uit het riool te vissen, versterkt de idee, dat het rustige hoekje met discrete parking andere of betere tijden gekend heeft. Het was trouwens een bloedmooie serveerster, die mij op verzoek van Madame, de kamer wees.

“Het was wel een beetje onweersachtig, hè”, zei Madame. Het had de halve nacht zeer zwaar geknetterd. Ik had luiken en ramen open gezet. De regen kletterde hevig, maar de wind stond goed. Met diepe teugen had ik genoten van de frisse lucht vol ‘prana’.
Dit gaat nog twee dagen zo door, volgens Madame.
Er is een merkwaardige relatie tussen het comfort van het hotel en de door de auto’s op de parking gesuggereerde sociaal-economische status van de gasten.

Ben even te hulp geroepen door Madame. Een studente heeft communicatieproblemen. Ze heeft een paar dagen geboekt en wil op zoek naar een goedkope kamer in de stad, waar ze stage gaat lopen op een lab. Het is voor haar te duur om met een taxi heen-en-weer te gaan en nu vraagt ze hulp. Ze heeft een aantal adressen die met openbaar vervoer lastig te bereiken zijn en een ander adres doet Madame schrikken: “oh la la, zeer gevaarlijk. Daar is laatst nog een meisje met een strop om haar nek in een zak gevonden”.
Ze vraagt hoeveel geld het meisje wil uitgeven. Duizend (oude) Francs. Onmogelijk in haar ogen, daar iets voor te vinden. Madame kan haar daar ook geen kamer voor bieden. Haar hotel is ook nog eens voor ‘des amoureux’, wat ik voor de duidelijkheid maar vertaalde in ‘an one hour hotel’. Overdag is het een ‘va et vient’, maar ’s avonds en ’s nachts is het zeer rustig. “Dan is iedereen weer gewoon thuis”. Voor 1000 francs kan ze echter geen kamer geven. Ze heeft zelf veel kosten voor het leven en de organisatie.
Leuk trouwens, dat Madame -als ik bij geldgetallen even moet nadenken- overgaat in oude franken. Als ik ondertussen heb doorgerekend via de guldenwaarde, heeft ze de oude waarde genoemd en kan ik direct begrijpend reageren.
“Ik zou haar ook bij jou kunnen laten slapen”, zei Madam behulpzaam.
Ik sla na jaren weer ‘ns Gurdjieff’s ‘Beëlzebub’ open: “waarom in de rede van de mens het denkbeeldige als werkelijk kan worden waargenomen”.


6.13  Hostellerie du Val de Sault
“Raffiné” noemde ze het voorgerecht. Het was een gestoomd ei met truffels rond wat eigeel en een centimeter dikke, zeer verfijnde saus. Ik antwoordde “délicate” en dat vond ze een veel leuker woord, want even later hoorde ik haar in de keuken dat woord gebruiken tegen de kok, haar man, die mij had ingeboekt.
Als vier mensen aan een tafeltje gewoon Frans praten en je ze af en toe hoort overschakelen naar Duits, pratend over plutonium en Londen, moet je dan de BVD bellen?

Les Gorges de la Nesque
Nesco, stond er op een steen gekrast. De kloof van het niet weten, ongeveer 20 kilometer tussen Monieux en Méthamis, heeft alles in zich om ook het onredelijke tot werkelijkheid te verheffen. Heel de mensenwereld heeft je verlaten, de aarde draait haar eigen gang. Vanuit de inktzwarte duisternis hoor ik regen vallen. Het firmament laat zich niet zien. Maar je weet: Er zijn miljarden sterren in miljarden stelsels. En continuïteit overstijgt causaliteit. Het overbrugt die kloof.

6.14   Welzijn NH
1995 Werkgroep Steunfunctie Minderhedenbeleid / Welzijnsbeleid 1996-2000
1996 Bundels in Beweging / de positie van de man in etnische groeperingen
1998 Medewerkers Multiple Choice vragen bemiddeling bij directieprobleem.

6.15  Multiple Choice Manhattan
De reorganisaties van de stichtingen voor minderhedenbeleid die met de nota ‘Bundels in Beweging’ waren ingezet, werden voor de Amsterdamse instellingen uitgevoerd in federatief verband onder het toeziend oog van de gemeente.
De fusie die in de Provincie was voorzien leidde tot grote problemen tussen het nieuwe interim-bestuur van de twee te fuseren instellingen en de zittend directeur van het voormalige ‘Peregrinus’. In overleg met de Provincie werd hem ‘Buitengewoon Verlof’ verleend in afwachting van zijn ontslag. Ik kreeg het dringende verzoek, het interim-bestuur te ondersteunen met de fusie, de ontwikkeling van een beleidsvisie en een organisatieplan.
En zo maakte ik in juni 1997 kennis met het administratie- en consulentencollectief van de twee instellingen die mij maar moesten accepteren. Zo’n twintig mensen zaten in kleine groepen aan tafeltjes. 
Zij waren consulenten ter bevordering van de integratie, maar in teamverband zochten ze toch ‘hun eigen mensen’. Na een rondje kennismaken met ‘naam en functie’ constateerde ik dus, dat we per tafel aan één vlaggetje genoeg hadden om de roots van de aanzittende medewerkers kenbaar te maken. Ik zei, dat begrijpelijk te vinden bij de startfase van deze fusie, maar dat ik zoiets bij de afronding van mijn taak toch zou beschouwen als symptoom van een minder geslaagde operatie.
Als basis voor handelen stelde ik voor ‘Inclusief Denken’ en ‘Ken U zelf’, de twee pijlers van ‘Globaal Bewustzijn’.
Met een DIT, een Directie Introductie Team van 3 consulenten op voorgedracht van het personeel, wilde ik de opdracht uitvoeren.
Als visie voor de nieuwe realiteit legde ik de nota “De samenleving verandert, Noord-Holland verandert mee” en de nota ‘Welzijnsbeleid 1998’ voor. Daarnaast vroeg ik ieder, na te denken over de pretentieuze doelstelling van Multiple Choice in het kader van de ‘historische rampen’ die Koestler waarneemt in ‘De Menselijke Tweespalt’.

Multiple Choice heeft tot doel:

"Het bevorderen van participatie, het voorkomen van segregatie en het stimuleren van wederzijdse acceptatie, er daarbij van uit gaande, dat de culturele identiteit van alle bewoners een te respecteren gegeven is."

Hoe kunnen we, was mijn vraag, die pretentie van Multiple Choice handhaven of interpreteren en tegelijkertijd begrijpen wat Arthur Koestler bedoelt als die stelt:

"De onafgebroken reeks rampen in de historie van de mens zijn voornamelijk te wijten aan zijn buitensporig vermogen en overmatige drang, zich te vereenzelvigen met stam, volk, kerk of zaak, en de bijbehorende geloofsbelijdenis geestdriftig en kritiekloos te omhelzen, ook al zijn de dogma's daarvan in strijd met de rede, gespeend van ieder eigenbelang en ondermijnend voor het zelfbehoud.
We worden, tegen de gangbare mening in, tot de conclusie gedreven, dat onze soort niet lijdt aan een overmaat aan agressie, maar aan een buitensporig vermogen tot fanatieke toewijding.
"

Met het DIT werden de vergaderingen voorbereid en de plannen uitgewerkt voor beleid en organisatie. Het DIT organiseerde werkgroepjes om onderdelen uit te werken. Af en toe kwamen we met het hele team bijeen om de voortgang van de werkgroepen te bespreken en beleidsvoorstellen voor het interim-bestuur te formuleren, inclusief profiel en procedure voor het zoeken naar een nieuwe directeur.
Hoewel deze werkwijze op onderdelen snel tot resultaten kan leiden, kon het toch niet alle intermenselijke spanningen oplossen. Die leken voor een deel ook cultuurgebonden.
Waar de ene consulent met een uitvoerige beschouwing reageerde op de voorgelegde Instituutsdoelstelling en Koestler's conclusie, stelde een ander, dit met de Imam te hebben besproken en er niet op te kunnen reageren.
In een medewerkers overleg van november werd uitvoerig stil gestaan bij het ontbreken van collegialiteit tussen sommige groepen. Achterdocht en wantrouwen: “Het streven is er op gericht, de witten uit de organisatie te krijgen,” zei iemand.
Ik stelde voor, op heel korte termijn eens te brainstormen over Globaal Bewustzijn, dat ik bij m’n introductie al had genoemd als basisgedachte voor beleid. “Jij hebt makkelijk praten”, was de reactie van enkelen. Waarop ik besloot ze een inkijkje te geven in het woon-/werkexperiment, waarin ik participeer met twee 30-jarigen waarvan de een soms ernstig depressief kan zijn, borderline symptomen vertoont inclusief schrik voor gedachten over levensbeëindiging en de ander zich gisterenavond nog in de badkamer had teruggetrokken en gestrest van verdriet met de gedachte speelde, een eind aan zijn leven te maken.
Desondanks zijn er in ons Manhattan Project voldoende basiszekerheden om door te gaan, omdat de doelstelling een hogere waarde heeft dan het persoonlijk doel van de participanten. Daarom beslist de meerderheid altijd over de voortgang en is ieder vrij, te vertrekken.


6.16  Het Manhattan Project 3.01
De contouren van het projectperspectief en de doelstelling hadden we in 1993 al aangekondigd in 8 opiniebladen, waaronder: Elsevier, Opzij en Vrij Nederland. Daar was toen één reactie op gekomen door storting van 10 gulden op de rekening van Stichting de Binnenweg (SBW). Met Stichting Groot Manhattan (SGM) erbij in 1994 konden die contouren concreter gemaakt worden: een woonmodel vanuit SGM en een verdienmodel vanuit SBW.
Voor mij zag het er in 1998 naar uit, dat de Provincie de reorganisatie van het Welzijnsbeleid ging afronden en dat ik me vanuit Rotterdam wat breder kon gaan oriënteren. Maar er moest vanuit alle betrokkenen een persoonlijke en duidelijke bereidheid getoond worden om met elkaar iets van het Manhattan Project te maken. In het voorjaar van 1998 stelde ik voor, dat er op 8 augustus een besluit genomen zou worden over de voortgang met de vraag: Wie gaan er mee doen? We bouwen een website en gaan het ‘woon-/werkproject’ praktisch uitproberen.
Eugène en ik bleven over.

Woon-/werkexperiment: gaingate = werkproject; trybe = woonproject.
Website in ontwikkeling via internet provider XS4all.

De aankondiging daarvan, inclusief alle tekst, stuurden we als “0-nummer” via straatpost aan 30 relaties.
In de zomer van 1998 hebben we bij xs4all.nl de eerste website gepubliceerd met onze modellen voor de wereld van morgen: ‘gaingate’ en ‘trybe’.
Werkwijze: ‘Ab Ovo’, opbouwen vanaf het basisprincipe met wat we hebben. Geen projectplan, geen subsidies. Het tientje hebben we teruggestuurd.

De enige voorwaarde voor de realisering ervan lag in het motto, toegelicht in “Boven geven en onder nemen” op de site <https://gaingate.com/coolbrain/cap06.htm>:

Oftewel, in drie stappen:

1. > Organisaties Instellingen Ondernemingen: Alles is zoals het is.
Werken aan de wereld van morgen begint vandaag met alles wat er is. Mensen zijn er met vele, soms tegenstrijdige opvattingen. De mens komt van ver, maar manifesteert zich meer en meer als een globaal herkenbaar individu. De rechten van de mens, inclusief vrijheid van mening, religie, onderwijs en vereniging ontwikkelen zich steeds sneller tot globaal herkenbare, gegunde en participatie bevorderende uitgangspunten voor politiek beleid en individuele vrijheid.
Het effect is een vruchtbare voedingsbodem voor het geloof in de wereld van morgen.

2. >> De overheid stimuleert globaal bewustzijn dus inclusief denken in het onderwijs
Wereldwijd leven bijna alle mensen <tot voor kort> vanuit een specifiek bewustzijn. Ze zijn ‘iets’ van huis uit, door de groepering, de streek of het land waar ze deel van uitmaken.
Steeds vaker kom je mensen tegen die hun specifieke bewustzijn niet meer primair stellen, maar onderdeel laten zijn van hun globaal bewustzijn; de bewustzijnslaag die alle mensen wereldwijd met elkaar gemeen hebben. Dat is een solide basis voor inclusief denken met respect voor specifieke opvattingen.

3. >>> Jongeren kunnen een gaingate ontwikkelen tot een basisniveau vrij van belasting.
In de laatste jaren van het primair onderwijs zijn veel kinderen al in staat, zelfstandig of met een groepje ideeën te ontwikkelen die perspectief bieden voor een toekomstig verdienmodel. In een gaingate-samenwerkingsverband kunnen ze leren participeren, collectief investeren en presteren. Het vervolgonderwijs bouwt hier effectiever op voort, omdat deelinteresses onderwijsdifferentiatie vergemakkelijken.

Dat leidt tot een snellere acceptatie van omstandigheden, verantwoordelijkheid voor de omgeving en wijkgerelateerde diensten en voorzieningen. Gecoördineerd kan de samenleving wereldwijd in één basisschoolgeneratie klaar zijn voor de wereld van morgen.

Vanaf de eerste webpublicaties hebben we deze gedachten op diverse manieren uitgewerkt.
De eerste, bemoedigende reactie op onze site kwam van Jos Staats uit Ierland:

Hello guys, .. ja, er zitten nog wat kleine dingetjes in de site niet helemaal goed.”

Hij adviseerde ons een webnaam te registreren.
Er was toen nog maar een handvol ‘extensies’ voor het registreren van een website. Om te voorkomen dat het begrip ‘gaingate’ voor commerciële doeleinden gebruikt zou gaan worden, kozen we voor een ‘dot com’ registratie.
In december 1998 waren we “www.gaingate.com” en publiceerden we de site bij Adgrafix in Ierland, later door bedrijfsovername bij Network Solutions, in de USA.
Wijzigingen in het web, of aanvullingen konden toen met een 27K-modem nog 20 uur in beslag nemen.
Een jaar later wilden we wat meer aandacht krijgen voor ‘nieuw beleid’ in een globale zoektocht naar argumenten, waarbij die van de Raad voor Jeugdbeleid als voorbeeld dienden. Stichting de Binnenweg loofde twee geldprijzen uit van 2000 Euro.
Uiteindelijk bleek het ‘solidariteitsargument’ als beste uit de bus te komen als argument voor Younger Policy:

more than ever, younger are mature* & got the right to participate in an evironmental way

“Nieuwer Beleid” dus: “De wereld is voor morgen bedoeld.”

In maart 2001 trokken de ‘Hoeders van de Goede Zeden’ uit Iran onze aandacht. We beseften, dat in feite wereldwijd op politiek, cultureel en ritueel vlak ‘Hoeders’ actief zijn die ondanks al hun goede bedoelingen een vreselijke sta-in-de-weg kunnen zijn voor een soepele voortgang naar een betere wereld.
We wilden er 3 nomineren op basis van ‘een verkeerde toon’ en hadden er al snel twee: Creator.org (‘de superioriteit van het blanke ras’) en Vatican.va (‘ik vergeef u uw zonden’, zei de paus tegen de aanslagpleger i.p.v. ‘sta op en verlaat de gevangenis’).
In maart ontdekten we een website met als intro “Jihad en het geweer alléén; geen dialogen, geen onderhandelingen”. Die website dreigde in ons land verboden te worden. Maar voordat onze Hoeders van Goede Zeden die site blokkeerden, konden wij die nog net binnenhalen als afschrikwekkend voorbeeld van de “hoeder”, Sheik Abdullah Azzam.
Met verlepte Aronskelken als ‘vlag en wimpel’ kreeg hij postuum de award toegekend en zijn site plaatsten we ter onderbouwing van onze keus in de Hall of Blame.
Toen een half jaar later in het verlengde van zijn verderfelijke gedachten de aanslagen op o.m. de Twin Towers werden gepleegd, kreeg onze waarschuwing pas aandacht.

Er zijn trouwens, even tussendoor, ook jihadi’s die even extreem zijn in religieuze opvatting en Gods opdracht, het zuivere geloof te verspreiden. Zij hanteren ‘het argument van Solimon’, die vond dat de Koran en de Koran alleen voldoende is om het AL van Gods schepping te begrijpen. Dat leidde eeuwen terug tot vernietiging van de grootste bibliotheek die er in de oosters-westerse wereld te vinden was. Want: “Boeken zijn òf tegenstrijdig en dus vijandig aan de Koran, òf ze bedoelen hetzelfde en zijn dus overbodig”. (Boko Haram / Boeken zijn slecht)
In kringen van deze jihadi’s is het bijvoorbeeld populair, kinderen aan te sporen alle Soera’s uit het hoofd te leren en als hoogste ideaal in het Arabisch. Maar hoewel de laatste tien Soera erg kort zijn, zou je hier eigenlijk van kindermisbruik moeten spreken. Deze jihadi's zijn niet direct terrorist. Dit type ‘verlichte gelovigen’ kom je ook in andere religies tegen. Zelf voelen ze zich niet ‘buitensporig’, maar oprechte gelovigen.
Daarnaast is er nog de grootste groep die als het ware Ockhams Scheermes gebruikt en aanmaningen uit de Koran hanteert zoals bijvoorbeeld de Zusters Diaconessen en de Broeders Franciscanen de Bijbel selectief gebruiken: “Zalig de eenvoudigen van geest.”
Die gelovigen zijn dienstbaar in hun omgeving. Ze studeren, werken vaak in ziekenhuizen, in het onderwijs of zijn een loyale ambtenaar. Zij verspreiden hun blijde boodschap door een enthousiasmerend optimisme. Ze zijn er van overtuigd, dat iedere nieuwe generatie weer betere gelovigen maakt in de ogen van God.

“Nee”, zei de politiek, “gaingate.com kan niet worden verboden, want die is gepubliceerd in Amerika”. We kregen ‘Bram’ van de veiligheidsdienst op bezoek met een dringende vraag, de jihad-file van ons web te verwijderen. Onze nominatie van kandidaten voor de Custodian Award, een artistieke provocatie als virtuele happening, vond bij hem geen begrip. Na enig aandringen kwamen we hem tegemoet. We haalden de site van ons web. Overigens hadden we vanaf 9/11 onze homepagina al vervangen door de file “Mourning Days” omdat we in rouw waren door wat er gebeurde in de grote wereld waar ieder weldenkend mens met afgrijzen weerloos was en door wat er plaats vond in onze kleine wereld, waarin m’n jongste broer zijn laatste week in ging en ons confronteerde met de zinloze tijdelijkheid van het bestaan.

In ons logboek, waarin alle bezoeken aan onze website met IP-nummer worden geregistreerd, zagen we een dag later, dat vanuit het Ichthus College in Alphen naar onze jihad-file was gezocht. Vanuit die school ontvingen we vaker bezoek. Wereldoriëntatie mag je niet hinderen en bovendien hadden we die file omhangen met toelichting. We besloten dus die file terug te plaatsen.
Bram was daar niet blij mee, ook al hadden we de award-file ’Bramble’ genoemd. Maar verbieden kon hij het niet. Toen hij bij een van zijn bezoeken vertelde, dat hij die ochtend nog even onze site bekeken had en vanwege de games van zijn zoon onlangs een super-pc had aangeschaft, was ook zijn IP-nummer al snel duidelijk.
Het duurde tot maart 2004, dat er nog vragen werden gesteld in de Tweede Kamer. Op de vraag of personen van die gaingate-site zich ook bezighouden met het ronselen van personen voor de jihad, antwoordde Donner* toen: “Ik kan hierover geen nadere mededelingen doen”.

6.17  Het Koepelberg Archief 1997
Het jaar dat m’n moeder naar Mariënhaven verhuisde, een tehuis voor dementerenden, kocht Leo een huisje in de Zeestraat en kreeg Anneke een flatje in de Koepelberg, een nieuwe wijk op een voormalige duinwal. De Koepelberg zelf was al verloren gegaan bij de Grote Afzanding die bijna twee eeuwen geleden rondom Noordwijkerhout begon en eindigde rond 1970 met het ‘Comomeer’, zoals het Oosterduinse Meer genoemd wordt.
Anneke ging al eerder enige malen per week naar Mariënhaven om met m'n moeder deel te nemen aan de dagactiviteiten. Zo gaf ze wat steun aan Ma die haar eigen moeder, Oma Duivenvoorde, elke zondagmiddag trouw bezocht, vroeger al aan de Herenweg en later ook in Noordwijk, waar ze na de dood van Opa een kamer betrok in een bejaardenhuis en later in Mariënhaven, waar ze overleed toen ze bijna 102 jaar oud was. Onze moeder stierf daar dus ook, 14 jaar jonger.

Omdat er bij de uithuizing in 1997 geen serieuze belangstelling was voor het archiefbeheer van de Firma, is al het materiaal inclusief de inhoud van de fotoalbums in een databestand gezet en in een aantal ordners opgeborgen. Anneke kreeg daar later het beheer over. De gedachte was, dat de familie haar dan wat vaker zou bezoeken om wat te kunnen grasduinen in het Koepelbergarchief.
In juni 2000 deden we een voorstel aan de familie voor een webring ‘Hensenbossie’. Margreet woont met Ton in Zuid Afrika. We hoopten ook hen op die manier wat meer te betrekken bij de beslommeringen van de familie. Niet iedereen was al actief op het web, dus zowel per e-mail als via straatpost stuurden we onze plannen rond. Er was echter nauwelijks een motiverend animo.

In juli 2000 stuurden Bep en Wim een email. Wim had op zich genomen, elke dinsdag de ijskast van Anneke even te controleren en aan te vullen. Hij had daarbij geconstateerd, dat Anneke niet in staat was, zichzelf huishoudelijk te organiseren. Ze was sterk afhankelijk van thuiszorg, schoonmaakhulp en vervoer met begeleiding. Met Gonnie was hij gaan kijken bij Octogoon, een instelling voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Zou prima bij Anneke passen, vonden ze, maar er was een wachtlijst van misschien wel 15 jaar. Ook hadden ze met Anneke ‘De Gading’ bezocht, een activiteitencentrum in Leiderdorp. Anneke kon daar kiezen uit een voor haar interessant dagprogramma.
In die tijd kregen wij op één dag 3 brieven van haar. Op de enveloppen was voor onbekenden moeilijk leesbaar wie de geadresseerde was. Het kan dus zijn, dat de PTT ze in het vakje ‘niet bezorgbaar’ had opgeslagen en na 3 enveloppen door had, dat ze voor postcode 3022 BL waren en dat die rare krabbel daar achter ‘Rotterdam’ betekende. Het zou ook kunnen, dat de gezinshulp ze in een keer tegelijk gepost heeft.
Hoe dan ook, door haar moeilijke handschrift heen was in haar brieven duidelijk te lezen, dat zij in grote problemen zat. We hadden Anneke een paar jaar aan haar lot over gelaten.

In de zomer van 2000 kochten we haar een PC met monitor, eerst in de huiskamer, later met een printer/scanner in haar “slaapkantoor” bij de kast met het Koepelbergarchief.
In begin jaren 80 had ze in De Mast typeles en zelfs computerles gegeven. Dat was de tijd van tekstverwerken op een blauw scherm met gele letters. Floppy erin om een brief te tikken. Was je klaar? Floppy eruit; schakelaar uit.
PC-2000 was voor haar een geheel nieuw concept. De harde schijf en de knop “start” om te kunnen afsluiten, zaten niet in haar geheugen. Dus was ze klaar met een document, dan bleef het: floppy er uit, stekker er uit.
Na een maand maakte ik een afspraak met Mevrouw Blank, psycholoog in Mariënhaven. Zij kende Anneke dus omdat die met mijn moeder deelnam aan de dagactiviteiten daar.

Vragen als:
Is Anneke nog in staat, zaken ‘vast te houden’ in een taakopdracht?
Als zij op de pc werkt in haar slaapkamer/-kantoor en even naar huiskamer of toilet moet, gaat ze daarna dan weer verder met waarmee ze bezig was? Maak je haar eerder ongelukkig met typewerk of blij? Kortom: Wat kan ze aan?

Mevrouw Blank adviseerde, alles gewoon uit te proberen. Het was voor haar erg lastig een plausibele diagnose te kunnen stellen. Anneke had zeker geen ‘jeugddementie’, zoals wel eens werd gesuggereerd. Waarschijnlijk was het medicijnencomplex ter voorkoming van afstoting van haar nier en ter onderdrukking van diverse bijwerkingen er de oorzaak van, dat haar korte-termijngeheugen ernstig werd beperkt.
Te vergelijken met overmatig alcoholgebruik en de dag erna niet meer weten, hoe je bent thuis gekomen. Maar je bent wel thuis gekomen; je bent niet gek of dement!

We hebben Anneke die eerste maanden praktisch dagelijks bezocht om haar te leren omgaan met een computer die een ingebouwd besturingssysteem heeft. De floppy is ‘harde schijf’ geworden. En als je klaar bent: ‘Starten om te stoppen’. Het bleef moeilijk.
Na een paar weken begroetten we haar als ze de deur opendeed met: “Starten om te …?” in het begin keek ze dan wat glazig, maar na een tijdje antwoordde ze met: “stoppen”.
We hebben in die tijd ook met leidsters van De Gading gesproken en in overleg met hen een brief geschreven aan hun bestuur om een paar pc’s aan te schaffen voor training. Er waren naast Anneke nog meer deelnemers geïnteresseerd.
Het viel me trouwens op, dat Anneke na een paar maanden de namen van de 2 leidsters kon noemen als ik bij haar thuis over die activiteiten begon.
Wat later vroeg ik haar ‘ns: “Hoe vaak ben ik hier nu geweest voor pc-training, denk je?” Ze keek me aan, sloot haar ogen half om goed in te schatten en zei vragend: “Vijf of zes keer?” “Nee”, antwoordde ik, “met vijftig of zestig zit je dichter in de buurt!”
Ik was er praktisch dagelijks die eerste twee, drie maanden. Een paar keer, als ze huilend belde dat er iets fout ging, stelde ik haar gerust met de mededeling, dat ik direct onderweg ging om even te helpen. Als ik dan een uurtje later bij haar aanbelde, deed ze glimlachend de deur open, antwoordde al dan niet correct “stoppen”, maar was inmiddels vergeten dat ik al een keer was langs geweest die dag en dat ze gebeld had over pc-problemen.

Klaarblijkelijk had mijn reactie via de telefoon haar gerust gesteld en was ze in de huiskamer tv gaan kijken of gaan puzzelen. Vooral 1000stukjes-puzzels vindt ze een uitdaging.
 

terug naar inhoud     of naar  hoofdstuk 7: de finiteit,  de vervolgmaking

manhattan project 3.01

renergetic copyright 1998   
NL  3022 BL 54   last update  25-07-2021 10:52
 
disclaimer   Q&A   contact